28 mei

Schriftlezing: Kolossenzen 3: 12-17

Gemeente!

Het onderwerp van vandaag is geboren uit een zekere verlegenheid. Ieder jaar nodigen wij gemeenteleden uit om onderwerpen in te dienen voor een themadienst. Maar daarnaast komen wij ook als plaatselijke collega’s bij elkaar om te overleggen welke thema’s ons op dat moment bezig houden. En het zal u niet verbazen dat het dan ook gaat over de zorgen die wij hebben over de voortdurende achteruitgang van het kerkbezoek. Nu mogen wij in Zuidlaren nog niet eens echt klagen, maar wij zien natuurlijk ook dat de algemene trend niet aan ons mooie dorp voorbij gaat. Vandaar dat we het in een van deze themadiensten eens wilden hebben over de vraag: ‘waarom zou je nu eigenlijk naar de kerk gaan?’ Waarom ga jij wel, waar anderen het steeds vaker voor ‘gezien’ houden?

Eind jaren zestig van de vorige eeuw schreef de beroemde professor Van Ruler onder de titel ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’ een bestseller over dit onderwerp. In die tijd was de kerkgang nog redelijk algemeen en er waren genoeg lezers te vinden die zich konden vinden in de 21 redenen die hij aandroeg om op zondagmorgen naar de kerk te gaan. Maar de tijden zijn veranderd. Als ik de redenen zie die Van Ruler aandraagt, dan is mijn eerste reactie om in het vervolg ook maar gewoon thuis te blijven, want ik herken me niet echt meer in de argumenten die hij aandraagt. De tijden zijn inderdaad veranderd. Je moet toch echt wel iets zinnigs in de aanbieding hebben om mensen van deze tijd op zondagmorgen te verlokken naar de kerk te komen. Maar dat gezegd hebbend, ben ik er ook absoluut van overtuigd dát de kerk iets zinnigs in de aanbieding heeft.

Een van u schreef mij naar aanleiding van dit onderwerp dat het de vreugde is die haar iedere zondag weer naar dit huis voert. Niet voor niets zijn wij deze dienst met dat lied begonnen. Want ook voor mij is het een vreugde om hier met elkaar te zijn, ons te bezinnen op het leven, de verbinding te zoeken met de levenskracht en inspiratie die God ons geven wil, en om samen de lofzang op het leven en het mysterie dat daarachter en daarboven schuil gaat, gaande te houden. En de vraag of dat de concurrentie met de tijdgeest aankan, is voor mij niet zo heel erg relevant. De tijdgeest is flitsend, bruisend, begeeft zich van de éne prikkel naar de andere prikkel. Is gericht op ‘event’, ‘beleving’. Moet de kerkdienst daarbij aansluiten en dan vooral ‘leuk’ en ‘flitsend’ zijn? Ik weet dat er kerken zijn, waar ze graag op die toer bezig zijn. Maar het is niet echt mijn stijl. En ik weet ook niet of het daarin zit. Volgens mij gaat het dan meer om de verpakking dan om de inhoud.

Een collega van mij die zich indertijd inspande om zijn diensten vooral voor jongeren zo aantrekkelijk mogelijk te maken door allerlei vormen van theater te introduceren en geregeld pop- en andere eigentijdse muziek te laten klinken – al was het maar om zijn eigen kinderen te blijven prikkelen om naar de kerk te blijven gaan – zegt later in alle eerlijkheid: ‘toch sloeg bij mijn zoon de vonk niet over in zo’n bijzondere kerkdienst, maar wel toen heel onverwacht zijn opa overleed. Toen merkte hij – en hij zei het ook: “nu zie ik dat je steun hebt aan je geloof”. Het is een ervaring die ik ook vaak bij uitvaarten opdoe. Dat de vorm van de plechtigheid en de keuze van de liederen heel traditioneel kan zijn, maar dat er iets gebeurt op het moment dat mensen persoonlijk worden geraakt. Ik vind het bijvoorbeeld ook heel opvallend dat bezoekers van een kerstnachtdienst het liefst de oude vertrouwde liederen zingen en dat er vooral niet teveel experimenteels moet gebeuren. Juist het vertrouwde blijkt in staat te zijn de emoties te wekken waar men in de kerstnacht naar op zoek is.

Daarom zou ik graag een goed woordje willen doen voor de gewone, traditionele kerkdienst. Die heeft alles in zich. Niet voor niets heeft de vorm ervan de eeuwen doorstaan. Wie zich een beetje in de liturgie wil verdiepen, ontdekt vanzelf de schoonheid van alle onderdelen van zo’n dienst. Een beetje minder krampachtigheid om toch vooral ‘leuk’ en ‘flitsend’ te zijn in ons kerkelijk leven kan wat mij betreft geen kwaad. Immers, wie wérkelijk meer wil weten over het mysterie dat wij God noemen en wil nadenken over wat het christelijk geloof voor jouw leven kan betekenen, die zal zeker bereid zijn om door de vormen en de oude woorden heen te kijken. En wie geen affiniteit heeft met religie, zal ook aan de meest flitsende dienst niets beleven en zul je er ook niet mee bereiken. Veel belangrijker dan dat soort uiterlijkheden is de inhoud. In de voorbeelden die ik zo-even gaf, blijkt dat mensen zich echt aangesproken voelen op het moment dat het geloof raakt aan hun eigen situatie. Wij hebben goud in handen als we erin slagen om dat wat geloven ten diepste is – de verwondering over het mysterie van de schepping, het wonderlijke besef dat jouw kleine leven van belang is en wordt gedragen door de liefde van God, de verrúkking die dat met zich meebrengt – duidelijk te maken.

Dat is volgens mij wat mensen in de kerk zoeken. Dat is het unieke ‘selling point’ van de kerk. Omdat je dat nergens anders in de samenleving kunt vinden. Al zijn wij, zoals we hier zitten, allemaal verschillend in achtergrond en afkomst, in werk, levensstaat of politieke overtuiging – wat ons bindt is het zoeken naar wat het geloof in ons leven ten goede kan uitrichten. De kerk is daarom ook altijd een gemeenschap. Niet van mensen die elkaar hebben uitgezocht, maar die elkaar vinden in het zoeken naar God. En het is goed dat er zo’n gemeenschap is. Geloven is meer dan een solistische bezigheid. Je hebt er elkaar voor nodig. Vergelijk het met een teamsport, met zoiets als voetbal. Natuurlijk kun je voetballen op een veldje ergens achteraf of zomaar tegen een muurtje in de straat, maar de echte balbeheersing en speltechniek die leer je pas als je sámen in een team speelt en je erin traint. Dan wordt het echt voetbal, in plaats van zomaar een balletje trappen.

En zo is dat ook met geloven: ook dát doe je samen. Door je erin te oefenen, net als met een sport die je beoefent. Zo noemden ze vroeger de kerkdienst wel een ‘godsdienstoefening'. Zonder training wordt het niveau meestal lager. Niets gaat vanzelf. Heel veel dingen in het leven vragen om training, om oefening. Dat zoveel mensen tegenwoordig zeggen dat ze niet geloven, of niet kúnnen geloven, komt niet alleen door de ingewikkelde wereld waarin wij leven, maar heeft er volgens mij ook mee te maken dat ze zich er nooit of onvoldoende in hebben verdiept. Maar óók geloven gaat niet vanzelf. Ook daarin moet je je oefenen. De spelregels en gebruiken onder de knie leren krijgen. Anders wordt het niet die kracht die het in je leven kan zijn. En dat blijkt ook. Want veel mensen die zeggen dat ze heel goed buiten de kerk om kunnen geloven, vertonen in de praktijk helaas maar al te vaak tekenen dat het geloof gaandeweg wat naar de rand verdwijnt. En dat is jammer. Want het kan je zo góed doen. Je kunt er zo van opademen.

Daarom is het goed dat er zo'n gemeenschap van gelovigen is. En daarom is het ook goed om eraan te werken dat die gemeenschap in stand blijft. Door regelmatig je gezicht te laten zien, bijvoorbeeld. Of door op een andere wijze iets van je betrokkenheid te laten blijken. Want we hebben elkaar nodig. Ieder van ons heeft zijn of haar talenten gekregen om deze gemeenschap mee van dienst te zijn. Dat te ontdekken – en dat te ontwikkelen – is iets wat de kerk als geloofsgemeenschap kenmerkt. En dat kan op allerlei manieren. Door samen op zondagmorgen de lofzang gaande te houden en de week te starten vanuit een gevoel van rust en bezinning. Geheid dat dat je goed doet. Maar het kan ook door op andere dagen mee te doen aan de diverse activiteiten die worden georganiseerd om ons geloof te voeden en een kracht te laten worden die ons leven draagt én uitdaagt. Want geloof is niet duf, geloof is niet saai, dat zijn uitspraken voor wie langs de kant staan – geloof is juist sprankelend en inspirerend, niet alleen een bron van kracht, moed en troost in moeilijke tijden, maar ook een bron van levenslust en energie in goede tijden. Iets waar je van opknapt. Iets dat je goed doet.

Zo oefenen wij ons hier met elkaar in een nieuwe levensstijl. In de brief aan de Kolssenzen maakt de apostel Paulus ons duidelijk dat het goddelijk goddelijk mysterie waar wij allen naar op zoek zijn, een gezicht heeft gekregen in Jezus Christus. Het geheim van het leven is te vinden in de weg die hij door het leven ging. Ons leven wint volgens Paulus aan kwaliteit en diepte als wij zijn voorbeeld volgen en al doende deel krijgen aan de opstandingskracht die in zijn leven werkzaam was. Christelijk geloof verliest zich niet in speculaties over God, is niet hoogdravend en vol vage spiritualiteit, het is ook geen ‘event’ dat onze emoties bespeelt – nee, christelijk geloof is voor alles een manier van leven, die Paulus in het derde hoofdstuk van zijn brief typeert als een ‘nieuwe levensstijl’, waarin de liefde voor het leven en voor elkaar de toon zet.

Wie biddend en zingend het spel van het geloof leert spelen en zijn of haar ziel laat voeden door de levenswijsheid en spiritualiteit die in de bijbelse verhalen te vinden is, die zal gaandeweg een veranderingsproces doormaken, een ‘wedergeboorte’ die maakt dat je anders in het leven komt te staan. U en ik, wij worden in de loop van ons leven steeds weer door wat ons overkomt, uitgedaagd om ons leven opnieuw te bezien en eraan te groeien en te rijpen, er wijzer van te worden. In spirituele zin is het uitnodiging om zelf uit het centrum van ons leven te stappen en ons over te geven aan God, erop te vertrouwen dat Hij ons draagt, in alles. En het resultaat daarvan omschrijft Paulus in zijn brief aan de Kolossenzen als volgt: ‘omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld’. En hij vervolgt met: ‘verdraag elkaar en vergeef elkaar’. Oftewel: laat in het geheel van de samenleving de geloofsgemeenschap waar je deel van uitmaakt een plek mogen zijn waar je je erin oefent om op een andere manier met elkaar om te gaan, waar je elkaar niet afbrandt om een kleinigheid, waar je verscheidenheid als een verrijking kunt zien in plaats van een bedreiging en waar je kritiek niet als negatief beleeft maar als een aansporing om in dat hele groeiproces als mens vérder te komen. En laat de basis van dat alles gelegen zijn in de liefde van Christus, die ons allen voorgaat in de geheimen van dat nieuwe leven.

Mij dunkt dat het allemaal hele goede redenen zijn om op zondagmorgen je huis te verlaten en hier een plekje te zoeken. Deel te zijn van een gemeenschap die zingend en biddend, luisterend naar het oude verhaal van God en mensen, haar plaats in de wereld inneemt. Het helpt je om een basis te vinden voor je leven en een gezonde spiritualiteit om je ziel mee te voeden. Ik ben ervan overtuigd dat het een mens goed doet.

Amen.

© 2017 PKN Anloo - Zuidlaren | Alle rechten voorbehouden.