10-01

Schriftlezing: Marcus 1: 1-11

Gemeente!

Jezus laat zich dopen. Hij heeft ontdekt wat zijn levensopdracht is en van nu af aan neemt hij bewust de verantwoordelijkheid voor zijn leven op zich. Hij weet wie hij is en wat er van hem gevraagd wordt. En dat brengt óns bij de vraag: hoe doe je dat nou, ontdekken wie je bent en wat jouw hoogst persoonlijke bijdrage zou kunnen zijn aan het leven en de samenleving waar je deel van uitmaakt?

Het is vooral de evangelist Marcus, die inzoomt op dat moment van bewustwording. Waar de andere evangelisten hun verhaal beginnen bij de geboorte van Jezus, daar zet hij in bij het moment van zijn doop als volwassene. Alsof hij zeggen wil: een mens begint pas écht te leven als hij of zij bewust de verantwoordelijkheid voor zijn of haar leven op zich neemt en zélf begint te leven. Maar… hoe doe je dat nu?

‘Trek de woestijn in’, zegt Johannes, ‘adem je nou eens los van alles wat je je inbeeldt en alles wat je je laat voorspiegelen, alles wat anderen in je hebben gestopt, neem daar nou eens afstand van en luister dan naar wat er wérkelijk in je leeft. Kom tot een eigen, oorspronkelijke levenswijze. Meer in overeenstemming met wie je zelf bent en wat je zelf wilt als unieke en onvervangbare persoonlijkheid. Durf te breken met al die gedragspatronen die je in de loop van de jaren kritiekloos hebt aangeleerd en je leven hebben vergiftigd. Kom tot de kern. Trek de woestijn in’.

Wat moet je nu met zo’n advies als die woestijn zich toch wel heel erg ver van je bed bevindt, zoals dat voor de meesten van ons het geval is. Is er dan misschien een alternatief? Een ándere mogelijkheid, om dat zelfde te bereiken? Als we verder lezen in Marcus, blijkt dat alternatief er inderdaad te zijn. Voor wie de woestijn niet binnen handbereik heeft, is er het verlaten van de geboortegrond en het ouderlijk huis. ‘Jezus verliet Nazaret in Galilea’, zegt Marcus. Oftewel: hij snijdt de band, de ‘psychische navelstreng’ met de plek en de sfeer waarin hij is opgegroeid, door. Ook langs die weg kun je ontdekken wie je bent en zelf gaan leven.

Velen mensen hebben gelukkig veel goede dingen van hun ouders meegekregen. En dat is een kostbaar bezit. Iets om te koesteren en dankbaar voor te zijn. Een goede start in het leven is vaak een bron van vreugde en kracht, waar je steeds weer op kunt terugvallen. Maar ook hebben we allemaal stukjes overtollige ballast meegekregen en sommigen van ons zelfs beschadigingen die tot op de dag van vandaag veel pijn kunnen doen en je leven op een negatieve wijze beïnvloeden. Wanneer Marcus zegt dat Jezus Nazaret verliet en wanneer Johannes zegt dat je de woestijn in moet gaan, dan bedoelen zij allebei hetzelfde, namelijk: durf jezelf nu eens los te ademen van het verleden, met name de dingen die scheef gingen en waarin je misschien wat onder de maat bleef, en durf jezelf kritisch te bezien in het licht van de mens die Gód in je ziet en die je nog altijd kunt wórden.

‘Durf het aan’, zeggen ze, ‘om eens wat langer stil te staan bij de vraag hoe je leven eruit zou zien als je een nieuwe start mocht maken. Hoe zou je nu, terugblikkend met alle ervaring die je tot op heden hebt opgedaan, willen leven als je je leven zou mogen overdoen? Durf te denken, wat je misschien nooit hebt mogen denken. Durf te doen, wat je nooit hebt mogen doen. Durf te zijn, wat je nooit hebt mogen zijn, ook al was dat je eigenlijke bestemming. Pel al die lagen van je af die je eigen oorspronkelijkheid hebben overwoekerd’.

Natuurlijk, je kúnt zo’n uitnodiging als onhaalbaar van de hand wijzen. Je kunt het lastig vinden om over de nog onontdekte mogelijkheden van je leven na te denken. Je kunt er de voorkeur aan geven om te zeggen: we leven zoals we leven, de trein is vertrokken en ik heb geen zin om over te stappen. Dan is de kans groot, dat je het heil dat God voor je bestemd heeft nooit ten volle zult ervaren. Maar je kunt er ook op ingaan, op hoop van zegen. Een mens is immers zoveel rijker dan hij zelf vaak gelooft, ons bestaan heeft zoveel mogelijkheden en wie dwingt ons er eigenlijk toe om voortdurend onze talenten te begraven en van ons eigen wezen afstand te doen? Dat is toch enkel en alleen de angst, het gebrek aan vertrouwen in je eigen kunnen en de aangeleerde napraatformules van anderen die je zeggen wat je te doen of te laten hebt. Wat is er tegen om de draad op te pakken waar ooit al dat niet geleefde leven is afgebroken?

Zo heeft Jezus búiten Nazaret zichzelf gevonden, ontdekt wat zijn levensopdracht is, en als teken daarvan laat hij zich door Johannes dopen. Hij wordt ondergedompeld in de stroom van het leven en neemt zijn eigen plaats midden tussen de mensen in. De weg ten leven loopt via de overgave aan God en de aanvaarding van ons diepste wezen. En al die dingen die je steeds verder bij jezelf vandaan brengen, ze moeten worden weggewassen. Je moet weer schoon worden. Die korst moet eraf. Want diep van binnen ben je schoon. Een prachtig mens. Een parel met eeuwigheidswaarde, die God tot glanzen wil brengen. Hij is het, die onvoorwaardelijk van je houdt.

Zo heb jij, Fabian, de keuze gemaakt om je vandaag te laten dopen. Op jouw leeftijd ben je geen onbeschreven blad meer, het boek van je leven telt al heel wat bladzijden. En gaandeweg is bij jou het inzicht gerijpt dat er wat aan ontbrak. Vandaag wil je door je te laten dopen openlijk uitspreken dat je leven tot nu toe op een mysterieuze wijze geleid is door God. Het is jouw antwoord op wat God door alles heen in je bewerkt heeft. Kennelijk hebben je ouders onbewust al van dat mysterie geweten, toen ze jou als derde voornaam Jonathan meegeven. Dat is oorspronkelijk Hebreeuws en het betekent: van God gegeven. Hij is het die het verlangen in jou gewekt heeft, waar je vandaag gehoor aan mag geven.

Zo heeft ook Jezus zich door Johannes laten dopen. Heel bewust kiest hij ervoor om aan zichzelf en aan alle anderen te laten zien: zo loopt de weg ten leven. Via de overgave aan God en de aanvaarding van ons diepste wezen. En al dat andere – die zelfzucht, die hebzucht, die jaloezie, die concurrentiedrift – al die dingen die je steeds verder bij jezelf vandaan brengen – ze moeten worden weggewassen. Je moet weer schoon worden. Die korst moet eraf. Want diep van binnen ben je schoon. God hóudt van je.

Eens vroeg een islamitische mysticus aan zijn leerlingen, waarin de ware godsvrucht bestond. ‘In het liefhebben van God’, spraken ze in koor. Maar de meester schudde zijn hoofd. ‘Nee, daarin is de ware godsvrucht niet gelegen. Wie zegt: “ik heb God lief”, is nog altijd onvrij, leeft nog altijd krampachtig. Jullie moeten zeggen: “ik geloof met heel mijn hart dat God mij liefheeft”. Daaruit te leven is de ware godsvrucht’.

Die houding zal alles veranderen. Dan raakt de hemel de aarde aan. Dan is een mens geborgen in de werkelijkheid. Op het moment van Jezus’ doop klonk die stem: ‘deze is mijn geliefde zoon’. In die onvoorwaardelijke overgave van Jezus aan God en in zijn onvoorwaardelijke aanvaarding van zijn diepste wezen gaat voor hem de hemel open. Waar een mens zich volledig durft toe te vertrouwen aan de liefde van God verdwijnt de angst, de kramp, de onlust. Je voelt je welkom in het bestaan. Je mag er zijn. Een prachtig mens. Een parel met eeuwigheidswaarde, door God tot glanzen gebracht. En als teken van die vrede die alle verstand te boven gaat, daalt daar vanuit den hoge die duif op Jezus neer, als een prachtig beeld van de genade, de gein, het plezier dat God in zo’n mens heeft. ‘Kind van mij’, zegt Hij, ‘ik hou van je!’

Amen. 


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren