15-11

Schriftlezing: Daniël 6

Gemeente!

Niet voor niets begonnen wij deze dienst met het zingen van Psalm 146. Want daarin staat precies verwoord waar het in het boek Daniël om gaat: ‘vertrouw niet op mensen met macht, op een sterveling bij wie geen redding is. Als zijn adem stokt, dan keert hij terug tot de aarde, op die dag gaat hij mét zijn plannen ten onder. Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft, wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God’.

Mensen vergaan, machthebbers vergaan, maar het rijk van God blijft altijd bestaan. Daniël en zijn vrienden staan voor hun geloof in deze God. Te midden van alle willekeur en tirannie van de Babylonische tirannen brengen zij de moed op hun stem te verheffen en hun geweten trouw te blijven. Hun geloofstraditie heeft hen geleerd dat de belangrijkste waarden in het leven vrijheid en vrede zijn, gerechtigheid voor iedereen in plaats van het brute recht van de sterkste, en vanuit die overtuiging staan zij pal voor menselijkheid en barmhartigheid. Ook al betalen zij daarvoor een hoge prijs. Maar zij hebben het ervoor over, omdat ze geloven in de goede zaak en uiteindelijk ook in de goede afloop.

Het rijk van de Babylonische tirannen is inmiddels ten onder gegaan. Koning Nebukadnessar had op het laatst zijn verstand verloren. ‘Hoogmoed komt voor de val’, zegt het spreekwoord. Tot verbijstering van zijn onderdanen was hij zich als een dier gaan gedragen en at hij gras als de runderen. Dieper kon hij haast niet vallen. Maar uiteindelijk genas hij toen hij tot het inzicht was gekomen dat elke macht een mens geschónken wordt door de Eeuwige. Hoe groot je macht ook is, het is maar geleend, en altijd ten dienste van je onderdanen. Het is altijd macht ‘bij de gratie Gods’. Toen Nebukadnessar dat besefte, genas hij en kreeg hij nog enige jaren om zijn macht ten goede te gebruiken. Maar dan verdwijnt hij zomaar van het toneel en is de macht aan zijn zoon Belsassar. Gelukkig niet voor lang. Het is een regelrechte onbenul, een decadente lichtgewicht die in drinkgelagen en andere uitspattingen al heel gauw aantoont totaal niet geschikt te zijn om een land te besturen. Hij wordt gewogen en te licht bevonden. En dat blijft niet zonder gevolgen. Op een nacht vallen de Perzen het rijk binnen en wordt Belsassar gedood, terwijl hij zijn roes van de vorige avond lag uit te slapen…

Nu is de macht aan koning Darius, een Mediër, uit het land van Meden en Perzen. Hij besluit om het land op een andere manier te gaan besturen, met 120 satrapen (een ‘satrapie’ was zoiets als een provincie en een ‘satraap’ was de baas van een provincie) en daarbovenop kwamen dan nog drie ministers, van wie Daniël – die inmiddels tegen de tachtig is – de meest wijze en begaafde is. Hij heeft Nebukadnessar en Belsassar overleefd en mag nu dienen onder het nieuwe regime van koning Darius. Dat zegt wel iets over zijn kwaliteiten. De koning is zelfs zo onder de indruk van hem dat hij overweegt hem over zijn gehele rijk aan te stellen, dit tot groot ongenoegen van de twee overige ministers en van de 120 satrapen. Voor hen blijft Daniël de balling uit Juda, de allochtoon, die deze hoge positie eigenlijk niet verdient.

En laten wij ons alsjeblieft niet vromer voordoen dan we zijn, want velen van ons kennen die gevoelens ook. Toen Aboutaleb jaren geleden werd benoemd tot burgemeester van Rotterdam, waren er in eerste instantie nogal wat inwoners die dat volstrekt niet zagen zitten. Een Marokkaan als burgemeester van de tweede stad van Nederland, dat kon toch eigenlijk niet. En hetzelfde overkwam Achmed Marcouch toen die benoemd werd tot burgemeester van Arnhem. En denk aan Khadija Arib, toen zij werd benoemd tot voorzitter van de Tweede Kamer. Ook dat kon eigenlijk niet, volgens sommigen. Ik bedoel maar, ook wij kennen zulke gevoelens. Daniël overkomt dus iets soortgelijks. En zijn tegenstanders proberen iets te bedenken waarvan zij hem kunnen beschuldigen om hem uit te schakelen. Het probleem is echter dat Daniël zo integer is dat ze niets kunnen vinden. Hij heeft zich nooit schuldig gemaakt aan slecht bestuur, hij heeft nog nooit steekpenningen aangenomen en staat niet open voor gelobby. De man is onkreukbaar. Daarom moeten ze het over een andere boeg gooien.

Op slinkse wijze weten ze koning Darius te bewegen een speciale wet van Meden en Perzen te laten uitvaardigen waarin het ten strengste verboden wordt dat iemand gedurende een koningsmaand van dertig dagen een bede richt tot enige God of mens behalve tot de koning zelf en dat elke overtreder voor de leeuwen wordt geworpen. Zij weten namelijk dat Daniël zich onmogelijk aan deze wet kan houden, omdat hij elke dag drie keer zijn gebeden opzendt tot de God van Israël. Zo kunnen zij hem voorgoed uitschakelen. En hoewel Daniël op de hoogte is van het koninklijk bevel, volhardt hij in zijn geloof en gaat hij net als anders gewoon drie maal per dag op de knieën om zijn God te loven en te prijzen. Zo distantieert Daniël zich van de koningscultus en de koningsmaand, omdat de trouw aan zijn God boven elke vorst of wet staat. Daniël wordt daarmee ten voorbeeld gesteld aan de Israëlieten van vierhonderd jaar later, die moeten buigen voor de koningscultus en de koningsmaand van de Griekse vorsten van toen. Op dat moment de wrede Antiochus IV. Niet doen, zegt dit verzetsgeschrift. Kijk naar Daniël. Doe als Daniël. Blijf trouw aan je diepste overtuiging.

Het duurt niet lang, of Daniëls trouw aan zijn God wordt opgemerkt. En zijn tegenstanders klagen hem aan bij de koning. Die begrijpt al gauw dat zij een valstrik hebben gespannen, maar hoezeer hij ook probeert een uitweg te zoeken, het lukt hem niet. Hij is slachtoffer van zijn eigen wetten van Meden en Perzen. En die liggen gewoon onwrikbaar vast. Hij bevindt zich in dezelfde positie als Pilatus tegenover de overpriesters die Jezus willen laten kruisigen: ‘ik vind geen schuld in hem’. Maar de Judeeërs antwoordden hem: ‘wij hebben een wet en naar die wet moet hij sterven’. Precies zo zullen Darius’ ministers de koning straks voorhouden: ‘wij hebben een wet van Meden en Perzen. U heeft hem zelf ondertekend én de straf die op overtreding staat onderschreven’. Darius beseft dat hem slechts één optie rest. Hierop gaf de koning bevel Daniël te halen en hem in de leeuwenkuil te werpen… Hierop gaf Pilatus Jezus aan hen over om gekruisigd te worden…

De verbanden zijn duidelijk. Ook dit is van alle tijden. Jaloezie. Verraad. Verklikkers. Vuil spel. En een wet die het laatste woord heeft. Waar dit zo consequent gevolgd wordt als in het land van Meden en Perzen, daar wordt de wereld een jungle, de aarde een leeuwenkuil. Wetten zijn er om mensen te dienen. De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat, relativeerde Jezus het wetticisme van zijn tijd. Maar in het land van Meden en Perzen liggen de wetten onwrikbaar vast en is er geen ruimte om met de regels te spelen en naar jurisprudentie te zoeken. Darius is slachtoffer van zijn eigen systeem. Maar in de joods-christelijke traditie gaan mensen vóór de wetten. En als het wetssysteem niet de rechtvaardigheid dient en het welzijn van ’s lands onderdanen, dan kan burgerlijke ongehoorzaamheid zelfs geloofsplicht worden, zo leerde ik in Amsterdam tijdens de colleges christelijke ethiek van professor Wessel Verdonk. Dat is wat het gedrag van Daniël laat zien. Hij overtreedt de wet die koning Darius heeft uitgevaardigd, omdat deze ingaat tegen de menselijke vrijheid om zelf te kiezen wat voor jou het meest wezenlijke van het leven is. Hier worden de rechten van de mens met voeten getreden en Daniël legt zich daar niet bij neer.

Maar het gevolg is dus dat hij door koning Darius voor de leeuwen wordt geworpen. Menselijkerwijs is het afgelopen met hem. En het vervolg van het verhaal lijkt dan ook enigszins op een sprookje. Op miraculeuze wijze worden de leeuwen getemd en laten ze Daniël ongedeerd. Maar dit is geen sprookje, dit is Bijbelse profetie. Dit is het verhaal van de opstanding uit de dood en de overwinning van alle duistere machten die het op ons leven hebben voorzien. Al verzegelen de aanklagers het graf, leeuwen worden getemd, bloeddorstige tirannen blijken tenslotte weerloos. Het is dit verhaal waarin de eerste christenen hun eigen geschiedenis hebben herkend. De Romeinse dreiging van het Colosseum waar je als christen voor de leeuwen werd gegooid, blijkt niet het laatste: Christus is koning. De God van het verbond laat niet los. Het licht is sterker dan het donker. Dat ervaart ook koning Darius als hij vroeg in de morgen bij het opgaan van de zon naar Daniëls graf gaat. Op hetzelfde tijdstip als de vrouwen op de paasmorgen naar Jezus’ graf gingen. Maar Daniël is niet dood. Jezus is niet dood. Hij leeft. Tegen alle verwachtingen in. Zoals vaker in de geschiedenis hebben de kracht van het geloof, burgerlijke ongehoorzaamheid en evangelische gehoorzaamheid een tiran op de knieën gebracht.

Midden in de dood breken nieuwe tijden aan. Dat is het toekomstperspectief waaruit wij mogen leven, in de gemeenschap met hen die ons zijn voorgegaan in geloof en gerechtigheid en die – ook als ze door hun houding het leven moesten laten – onder ons blijven leven als een inspirerend voorbeeld van hoe een mens trouw kan blijven aan zijn diepste overtuiging en van daaruit bijdraagt aan een menselijker en rechtvaardiger wereld. Want uiteindelijk zijn het toch de zachte krachten die overwinnen en moet de macht van tirannen buigen voor het koninkrijk van God, die dragende en voortstuwende kracht die door alles heen werkt en steeds weer het licht doet winnen van het duister. Paasverhalen zijn het en ze stimuleren ons om trouw te blijven aan onze diepste overtuiging, trouw aan de menselijkheid, de gerechtigheid, en het leven voluit te durven genieten als een Godsgeschenk.

Vanuit dat perspectief is het logisch dat de mannen die Daniël uit de weg wilden ruimen, nu zelf uit de weg worden geruimd. De bedriegers worden bedrogen. Boontje komt om zijn loontje. Samen met hun vrouwen en kinderen worden ze voor de leeuwen gegooid. Want dit gedrag mag geen toekomst hebben. En nog voor ze de bodem van de kuil bereikt hadden, stortten de dieren zich op hen en vermorzelden ze al hun botten. En Daniël, zo besluit het verhaal, ‘ging het voorspoedig onder het koningschap van Darius en onder het koningschap van Cyrus de Pers’. Gerechtigheid zal zegevieren. Want het licht is sterker dan het donker en het daglicht overwint de nacht, zoek je weg niet langer in het duister, keer je om en zie Gods nieuwe dag.

Amen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren