08-11

Schriftlezing: Daniël 3

Gemeente!

Wij pakken de draad van het boek Daniël weer op. En weer gaat het over een beeld. De vorige keer hoorden wij hoe koning Nebukadnessar droomde van een beeld dat hem verontrustte en van Daniël te horen kreeg dat daarin zijn macht wordt gerelativeerd. Mensenmacht is immers altijd eindig. Maar ook bleek toen dat die boodschap bij de koning niet direct landde. Wie zich opsluiten in de ivoren toren van de macht kunnen zich niet voorstellen dat daar ook zomaar een einde aan kan komen. En vandaag blijkt zelfs dat de grote Nebukadnessar vooreerst volhardt in zijn grootheidswaanzin. De koning richt een enorm beeld op. Het staat midden op een vlakte en is dus overal vandaan goed te zien. Een enorm beeld van goud. Heel indrukwekkend. Zes el breed bij zestig el hoog. Dat is zoiets als drie bij dertig meter. Een pilaar van blinkend goud. Het staat voor macht, voor alles wat zogenaamd mannelijk is, voor overwinning en het recht van de sterkste waarin geen plaats is voor ‘losers’ en andere zwakkelingen. En wee de mens die weigert voor dit gouden beeld te knielen. Er bestaat geen dictatuur zonder gevangenissen en concentratiekampen, geen tirannie zonder gaskamers en vurige ovens. Het verhaal mag dan van meer dan twintig eeuwen geleden zijn, het is nog altijd verrassend actueel…

En dan volgt een prachtig staaltje joodse vertelkunst. Ik heb er al eerder op gewezen dat wij hier niet van doen hebben met exacte geschiedschrijving, maar met een ondergronds geschrift dat heldhaftig gedrag uit het verleden ten voorbeeld wil stellen aan de mensen in het heden. Met als teneur: jullie kúnnen standhouden, tégen alles in, net als die helden van toen. De verteller gaat helemaal los. En ik hoop dat u kunt meevoelen hoe zijn vertelplezier er van alle kanten afspat. Daar komen ze, de satrapen, de stadhouders, de gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies. Heel Daniël 3 staat vol van dit soort opsommingen, die vaak ook nog eens herhaald worden. Om maar te benadrukken hoe alles en iedereen meedoet aan de aanbidding van dit kolossale beeld. Allemaal zijn ze erbij: de ambtenaren, wethouders, burgemeesters, commissarissen van de koning, de leden van de Eerste en de Tweede Kamer, de ministers, de staatssecretarissen. En wij zouden daar vandaag zeker nog aan toevoegen de crème de la crème van alle praatprogramma’s en politiek commentatoren, zowel van de publieke als de commerciële omroepen. En als iedereen zich voor het beeld heeft opgesteld, barst de muziek los, ook weer in zo’n overdreven opsomming van alle toeters en bellen die meedoen: hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten. Met andere woorden: waag het niet om niet mee te doen aan de verheerlijking van ons land, onze grote natie, en de onbetwiste leider van heel dit machtsbolwerk, onze grote koning Nebukadnessar.

Je moet van goeden huize komen om daar niet aan mee te doen. Je niet te laten imponeren door het schouwspel dat zich voor je ogen afspeelt en je uitnodigt om toch vooral deelnemer te worden. En bovendien: je hebt geen keuze. Want naast dit beeld, even verderop, daar staat die oven, brandend, gloeiend, iedereen verslindend die weigert in deze staatsliturgie te participeren. En ik noem het bewust zo, want het heeft alle trekken van een religieus gebeuren. Ook het heidendom kent zijn religieuze vervoering. Op die manier wist Hitler in de jaren dertig de Duitsers voor zich te winnen. Op die manier weet Kim Jong-un de Noord Koreanen onder de duim te houden. Op die manier weten alleenheersers steeds opnieuw de massa’s te bespelen en naar hun pijpen te laten dansen. Het is een verhaal van alle tijden. En wie is er helemaal immuun voor…?

Dan staan daar ineens Sadrach, Mesach en Abednego. Drie joodse jongens. Drie ballingen uit het verre Jeruzalem. Zij vertikken het zich aan dit spektakel over te geven. Zij blijven toeschouwer van heel dit gebeuren en weigeren absoluut om deelnemer te worden. Innerlijk voelen zij: dit is niet goed, wat hier gebeurt. Het zal de vrucht zijn van hun godsdienstige opvoeding, waarin zij al jong hebben leren onderscheiden. Thuis waren zij ermee vertrouwd geraakt dat er maar één God is die het waard is om gediend te worden, een God die niet in een beeld te vangen is maar ervaren kan worden als een kracht die mensen in de vrijheid stelt, en alleen door die God te dienen dien je de mensen, iedere afgodendienst brengt de ware menselijkheid en vrijheid om zeep. Heel dit totalitaire spektakel met al die toeters en bellen is hun daarom vreemd. Dit is niet goed. Hier moet je je niet aan willen overgeven. En ze blijven staan. Ze doen denken aan iemand als de theoloog Dietrich Bonhoeffer. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat hij door de Duitsers is geëxecuteerd. Midden in dat onmenselijke systeem van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw bleef hij standvastig. En verzette hij zich tegen Hitler en zijn trawanten. Samen met anderen die zeiden: nee, wij knielen niet. Wij verzetten ons tegen dit systeem, ook al kost ons dat het leven.

Want, laten we eerlijk zijn, gemeente, dat is het risico dat je loopt als je niet meedoet. Naast het beeld staat die oven. En die oven, die is écht. Dat is niet om het verhaal avontuurlijker of spannender te maken. Die brandende vuuroven, die stond in Auschwitz en in Sobibor, en op zoveel andere plekken, om de lichamen van joden en anderen die niet in het systeem pasten of wílden passen, te verbranden. De hel op aarde. Die oven, die is er tot op de dag van vandaag, overal waar mensen moeten branden om wie ze zijn of waar ze voor staan. Nebukadnessar richt het woord tot Sadrach, Mesach en Abednego. Waarom doen jullie niet mee? Zal hij nog één keer de muziek aanzetten, de hoorn, de panfluit, de lier, al die toeters en bellen…? Maar nog voor hij de muzikanten de opdracht heeft kunnen geven, klinkt het heel zelfverzekerd: ‘wij vinden het niet nodig uw vraag te beantwoorden’. En daarmee laten ze zien echt vrij te zijn. Totaal niet onder de indruk van het opgeblazen machtsvertoon waarmee ze geconfronteerd worden. Je zou kunnen denken: wat een gelegenheid om hier nu eens met een echt getuigenis tevoorschijn te komen. Wat een prachtkans om nog eens uit te leggen hoe het zit met hun geloof, hun overtuigingen, hun principes. Niets van dat alles… Hun gedrag, hun houding zegt genoeg. Maar een kleine toelichting willen ze nog wel geven. Hun vertrouwen is gebaseerd op de God die mensen in de vrijheid stelt. En ook als Hij het in hun geval misschien laat afweten, dan nóg houdt Hij daarmee niet op God te zijn, de kracht die alles draagt en duldt en de zaken steeds weer in balans brengt. Voor Sadrach, Mesach en Abednego zal het hoe dan ook geen reden zijn om af te wijken van wat zij zijn gaan zien als het hoogste en edelste wat onder stervelingen bedacht is. Hun boodschap is duidelijk: kome wat komt, wij kiezen ervoor tot onze laatste snik aan onze overtuiging vast te houden en wij zijn bereid er – als het moet – ook voor te sterven.

En u voelt het wel aankomen: dit kan Nebukadnessar niet over zijn kant laten gaan. Woedend is hij over hun onverzettelijkheid. En hij geeft bevel de oven zeven maal heter op te stoken dan men gewoon was. Vervolgens wordt het drietal geboeid en in de brandende vuuroven geworpen. Vanaf een veilige afstand slaat de koning het lugubere tafereel gade. Maar dan gebeurt er iets vreemds. Nebukadnessar weet niet goed wat hij ziet. ‘Wij hebben toch drie geboeide mannen in het vuur gegooid?’ vraagt hij zijn dienaren. ‘Hoe kan het dan dat ik er vier zie? Ze lijken vrij rond te lopen in het vuur, ongedeerd en wel, en de vierde ziet eruit als een godenzoon.'

Wat Nebukadnessar ziet, is het mysterie van het geloof. De verborgen aanwezigheid van de Eeuwige wordt verbeeld in die vierde man. Het tafereel laat op prachtige wijze zien dat er in ons leven altijd één meer is dan wij denken. Het Goddelijk mysterie omgeeft ons. Ik moet denken aan dat bruidspaar van lang geleden. In de trouwdienst had ik ze verteld dat ze erop mochten vertrouwen dat God als een ‘lachende Derde’ met ze mee zou gaan op hun gezamenlijke expeditie. En met dat beeld waren ze op huwelijksreis gegaan naar Zuid Afrika. Een mooi land, maar ook altijd een land waar je op moet passen. ‘Ik rijd er altijd met de auto op slot’, zei hij. Ongelukkigerwijs raakten ze eerst tijdens een bergwandeling volstrekt verdwaald. Ze wisten niet meer hoe ze verder moesten. Maar Goddank, opeens kwamen zij daar in die eenzaamheid een echtpaar tegen dat hen de weg wees. Een heel bijzonder toeval, dat zij elkaar daar tegenkwamen…! Maar het gebeurde nog een keer tijdens diezelfde reis. Ze reden met de auto door een woestijnachtig gebied en kwamen al rijdende zonder brandstof te zitten. Paniek! De gealarmeerde wegenwacht kon hen niet lokaliseren en dus ook niet bereiken. Wat nu?! Maar opnieuw – Goddank! Daar kwam midden in de zinderende hitte van die zandwoestijn een boer aangereden, op weg naar een stuk land verderop. Een tocht die hij hooguit eens in de twee à drie dagen maakte. Gelukkig voor hen kwam hij precies op het goede moment langs en wist hij hen uit de nood te helpen. ‘Dat van die lachende Derde’, zei de bruidegom toen ik ze na hun huwelijksreis nog eens opzocht, ‘dat is helemaal waar. Daar ben ik inmiddels wel van overtuigd…!’

Die vierde man in de oven beeldt dit mysterie uit. Dat je er nooit alleen voor staat. Hoezeer je leven ook in crisis kan verkeren en lijkt op een vurige oven die je wil verteren. Probeer altijd die vierde man in beeld te krijgen. Probeer je ervoor open te stellen. Dan zul je het kunnen ervaren. Zoals Jesaja dat lang geleden al verwoordde: ‘moet je door het vuur gaan, het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’ In een catacombe in Rome, waar in de tijd van de christenvervolgingen een jonge gemeente bij elkaar kwam, schilderden ze heel bewust dit tafereel van de drie mannen in de vuuroven op de wand. En de vierde, die is als een duif afgebeeld. De duif van Noach, de duif als teken van Gods Geest. Midden in de brandende vuuroven, daar waar je zeker weet dat het uit is met je, in de diepste ellende – juist daar is er ineens een metgezel. Een naaste, een ander, die vierde man. Dat grote mysterie: één die mét jou is. Een die voor jou door het vuur gaat. Een die met jou sterft, als het zover is. Het grote geheim dat ons leven omgeeft.

Hier zou het verhaal kunnen eindigen. Maar het heeft nog een klein en niet onbelangrijk staartje. Koning Nabukadnessar is namelijk diep onder de indruk van wat hij gezien heeft. En volledig overtuigd. En dan wordt het pas echt gevaarlijk. Want dan verandert het verhaal zomaar in zijn tegendeel. De boodschap van kwetsbaarheid als kracht en liefde die sterk is als de dood wordt in de handen van Nebukadnessar haast onmiddellijk weer een machtsmiddel om de massa aan zich te onderwerpen. Eerst moest iedereen knielen voor dat protserige beeld van goud, want anders... de vuuroven. Nu moet iedereen knielen voor God, want anders… word je in stukken gehakt en je huis in puin gelegd. Nebukadnessar lijkt bekeerd, maar wat verstaat hij eigenlijk onder het woordje ‘god’? Zijn god blijft totalitair en lijkt in niets op de zo geheel andere God die Sadrach, Mesach en Abednego hebben leren kennen. Een God die de eigenheid van ieder mens respecteert en een mens de weg wil banen om zich in vrijheid te kunnen ontwikkelen en het leven samen met anderen te vieren.

Zo eindigt het verhaal toch nog met een waarschuwing. Pas op als mensen het over God hebben. En helemaal als autoritaire machthebbers het over God hebben. Want voor je het weet ben je je vrijheid en je eigenheid kwijt. Er is een principieel verschil tussen de God van de ‘Deutsche Christen’ uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw en de God van Israël, die in Jezus onze God geworden is. Uiteindelijk is er maar één God die ons vertrouwen waard is. En dat is de God van Abraham, Izaäk en Jacob, de God van Sadrach, Mesach en Abednego, de God van Jezus. Geen God die uit is op onze onderwerping, Hij draagt ons niet vanuit de hoogte op om voor hem te knielen, maar Hij laat zich kennen als een liefdevolle macht die heel deze werkelijkheid duldt en draagt en die voor ons door het vuur gaat, opdat wij kunnen leven in vrijheid en vrede. Laten wij ons dan van harte een leven lang aan die geheimzinnige aanwezigheid toevertrouwen.

Amen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren