13-09

Schriftlezingen: Jezus Sirach 28: 1-7 en Matteüs 18: 21-35

Gemeente!

Over vergeving hebben wij het vandaag. ‘Heer’, vraagt Petrus aan Jezus, ‘als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe? En Jezus antwoordde: niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven’. Maar vergeven veronderstelt dat er eerst iets is dat vergeven moet worden. Er moet iets goedgemaakt worden. Een schuld, een zonde… Maar juist daaraan worden wij doorgaans niet zo graag herinnerd. Woorden als zonde en schuld liggen al geruime tijd niet zo goed meer in de markt. En dat is begrijpelijk waar het gaat om het afstand nemen van geloofsopvattingen die een mens in schuld en angst gevangen zetten. Ik word er altijd heel triest van, wanneer ik verhalen hoor van mensen die soms zelfs therapeutische hulp hebben moeten zoeken om vrij te kunnen worden van wat hun ooit als levensovertuiging is aangepraat. Maar het zou jammer zijn als die allergische reactie ertoe zou leiden dat we straks immuun zijn geworden voor iedere vorm van schuldbesef. Want er is niet alleen een ongezond en ziekelijk besef van tekortschieten, falen en je schuldig voelen, het kan ook heel gezond zijn en wijzen op het willen dragen van je eigen verantwoordelijkheid. Waar ieder schuldbesef ontbreekt, daar is de menselijkheid meestal geknakt.

In de jaren dat ik in het huis van bewaring in Haarlem mocht rondlopen, heb ik mij vaak verbaasd over het ontbreken van enig schuldgevoel bij nogal wat gedetineerden. Maar langzamerhand ontdekte ik dat dat niet kwam omdat het allemaal van die gewetenloze schurken waren, maar meer omdat ze zich geen raad wisten met zichzelf en door een teveel aan negatieve gevoelens helemaal uit hun toch al wankele evenwicht zouden raken. Ze moesten hun schuld wel van zich af houden. Pas na lang praten kon er soms een basis van vertrouwen ontstaan, waarin het mogelijk was om de vraag naar schuld ter sprake te brengen, zo noodzákelijk voor wie zijn leven effectief zou willen bezien en waar mogelijk veranderen. Want wie schuld kan toelaten, kan de verantwoordelijkheid voor zijn leven aanvaarden. Daarom leert Jezus ons in het ‘Onze Vader’ niet te bidden: ‘verlos ons van ons schuldbesef’, maar: ‘vergééf ons onze schúlden’. Met andere woorden: wéét hebben van schuld is niet zo erg, maar die schuld verdonkeremanen of ermee rond blijven lopen wél. Weet hebben van schuld is in de bijbel de sleutel tot omkeer en daarmee de sleutel tot de toekomst. Wie aan zijn schuld blijft vastzitten, of zijn schuld niet onder ogen kan zien, blijft slaaf van zijn verleden. Maar wie zijn schuld toelaat tot z'n bewustzijn en er vervolgens zijn gedrag door laat bepalen, die leeft de toekomst tegemoet.

Alleen: zonder vergéving gaat dat niet. En als Jezus ons leert zeggen: ‘vergeef ons onze schulden’, dan wijst hij ons daarmee op de basis van het leven van ieder van ons: dat wij leven vanuit de vergeving. Wie leeft, maakt immers fouten. Steeds opnieuw. Je maakt verkeerde keuzes. Je doet anderen pijn. De ene ongelukkige daad lokt de volgende alweer uit. Kortom: wie leeft, stuit steeds weer op zijn onvermogen. En dat geldt voor iedereen. Al je goede bedoelingen ten spijt, kleun je nogal eens mis. Daar ben je mens voor. Wie leeft, staat daarom in de schuld. Misschien nog wel het meest tegenover Degene die hem de levensadem geschonken heeft. Naarmate een mens bewuster met de dagelijkse werkelijkheid omgaat, kan hij meer en meer tot het besef komen dat zijn eigen bestaan als het ware ‘geschonken’ is, gratis, zomaar. Ook al is er misschien van alles op je aan te merken, je mag toch dóór. Je maakt je leven niet zélf, het valt je toe, zoals tijdens de tocht door de woestijn het manna dagelijks uit de hemel viel zonder dat de Israëlieten daarvoor iets terug konden doen.

Zo kunnen wij tegenover onze Schepper het gevoel kennen van tekort te schieten. Dat wij dat geschonken bestaan van ons veel te weinig waarderen en naar waarde schatten. Iedere dag opnieuw doet God zijn zon opgaan over goeden en bozen. Maar wij genieten er zo weinig van. Wij hebben het vaak nauwelijks in de gaten. Wij vergéten zo vaak te leven en maken het voor onszelf en voor elkaar zo moeilijk. Ons leven is vol van gemiste kansen. Maar ondanks dat valt het leven ons elke dag opnieuw weer toe. Als een kans om het opnieuw te proberen. Uit de vergeving mogen wij leven. Ja, stérker nog, zonder vergeving is er geen leven mógelijk. Wie niet kan vergeven, loopt in het leven onherroepelijk vast. Het is niet zonder reden dat Jezus aan de bede ‘vergeef ons onze schulden’ toevoegt: ‘zoals ook wij onze schuldenaars vergeven’. Immers: wie leeft vanuit de vergeving, zal die vergeving in z'n eigen leven aan anderen moeten voorleven en doorgeven. In het Bijbelse denken is de vergeving die wij aan elkaar schenken, niet los te koppelen van Gods vergeving. Letterlijk staat er in het Onze Vader: ‘vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven hebben’. Pas als wij elkaar vergeven hebben, kan God dat met zijn vergeving definitief bekrachtigen. En wij zóuden elkaar kunnen vergeven, wanneer wij goed tot ons lieten doordringen dat wij ten diepste allemaal van Gods vergeving leven. Dat we het daarvan moeten hebben. Niemand uitgezonderd. Wij leven van genade en wij eten genadebrood. Manna, dat ons door onze hemelse Vader geschonken wordt. Iedere dag opnieuw.

Wie z'n medemens niet kan vergeven, die kan het eigenlijk ook niet maken om bij God om vergeving aan te kloppen. In dat boek waarin de wijsheid van Jezus Sirach is opgenomen, staat dat ook duidelijk te lezen: ‘Hoe kan een mens die woede koestert tegen een ander bij de Heer om verzoening vragen? Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met een ander om vergeving voor zijn eigen zonden bidden?’ Hoe actueel deze woorden nog altijd zijn, blijkt als je ze legt naast het handelen van onze minister van justitie. Niet dát hij de fout in ging is het probleem, dat doen wij allemaal geregeld, maar dat hij geen erbarmen met al die andere overtreders heeft maar het wel voor zichzelf vraagt... En die andere Jezus, de rabbi van Nazaret, sprak woorden van gelijke strekking: ‘wanneer je je offergave naar het altaar brengt en je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen’. Wij leven uit de vergeving, de mens is een begenadigd schepsel, maar dat wordt pas waar als wij dat éérst aan elkaar waarmaken. Maar echt gemakkelijk is het niet.

Daarover vertelde Jezus op een keer een prachtig verhaal. Van een koning die een slaaf had die bij hem in het krijt stond, maar die geen geld had om hem terug te kunnen betalen. Maar die koning had met de man te doen en schold hem z'n schuld kwijt. Een koninklijk gebaar. En je zou verwachten dat die slaaf daardoor zélf ook royaal zou gaan denken. Maar dat pakte wat anders uit, want hij kwam een medeslaaf tegen, die bij hém in het krijt stond. En hij stond erop, dat hij direct betaalde wat hij schuldig was. Maar hij kon niet. Z'n portemonnee was leeg. En de ene slaaf zette daarop de andere gevangen. Toen de koning dat hoorde, was hij razend. En de slaaf, die door hem z'n schuld was kwijtgescholden, werd opgepakt en moest alsnog betalen.

Vergeven is moeilijk. Die koning behandelt zijn slaaf op koninklijke wijze en spoort hem daarmee als het ware aan om in het vervolg nu ook zélf koninklijk te handelen. Maar die slaaf blijft slaafs. En van de weeromstuit handelt die koning even later dan ook maar weer op slavenniveau. Hij had hoog ingezet, om die slaaf de ogen te openen voor een royale manier van omgaan met elkaar en hem daardoor de kans geboden zich te verheffen bóven het gewone alledaagse. Maar als die slaaf slaaf wil blijven, past die koning zich aan. ‘Als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven’.

Alleen wie zelf vergeeft, wordt vergeven. Pas als wij elkaar hebben vergeven, kan God dat met zijn vergeving definitief bekrachtigen. Maar gemakkelijk is het dus niet. Vergeving is een hemels woord, maar het moet door mensen in al hun kwetsbaarheid en gekwetstheid worden waargemaakt. De pijn die is aangericht, ooit, die zal weer opgerakeld worden. Samen zul je een weg door het diepe moeten gaan. Wat geweest is, moet doorleefd worden. Het zal opnieuw pijn doen vóór je het achter je kunt laten. Vergeven is iets anders dan vergeten. Wie Jezus ontmoette, werd vrij van z'n verleden, z'n schuld, en kon weer verder, maar er was dan wel steeds werk aan de winkel. De zere plek moest worden aangewezen en vervolgens ontsmet. Vergeven maakt dat mensen samen een weg van pijn en strijd moeten gaan. Pas dan kunnen ze wat geweest is, wegzenden. Het Griekse aphièmi voor vergeven betekent letterlijk: wegzenden. Vergeven doe je niet zomaar. 't Kost moeite. 't Doet pijn. Maar in geloof kun je het proberen. De kern van het Bijbelse denken wordt niet voor niets gevormd door het inzicht dat wij uit de vergeving leven en dat wij van daaruit mogen zoeken naar nieuwe en herstelde verhoudingen.

Hij was krijgsgevangene geweest in de oorlog. Een neergeschoten vliegenier. Maar daarover praatte hij niet graag, eigenlijk liever helemaal niet. De oorlog was voor hem nog altijd niet voorbij, dat kon je zien.

Op een zondag zat hij in de kerk. Het was in de tijd – u herinnert zich dat misschien nog wel – het was in de tijd dat in Breda de laatste twee oorlogsmisdadigers nog gevangen zaten. De dominee preekte over vergeving. Heel voorzichtig zei hij dat hij persoonlijk vond dat we die laatste twee oorlogsmisdadigers maar eens moesten laten gaan.

Na de dienst kwam de man op de dominee af. Hij had gewacht tot de kerk helemaal leeg was. ‘Had ik dat niet moeten zeggen?’ vroeg de dominee. ‘Een tijdje geleden niet’, zei hij, ‘dan was ik er geheid uit gelopen. Maar ik ben veranderd. Goddank. Ik heb die kerels niet meer nodig. Ik ben niet langer hun gevangene en zij hoeven niet langer mijn gevangenen te zijn. 't Heeft lang geduurd, maar de oorlog is nu voorbij, voor mij. Dat wou ik u alleen maar even vertellen. Ik ben eindelijk vrij’.

                                                           Amen.

 


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren