26 mei

Schriftlezing: Johannes 14: 23-29

Gemeente!

Voorafgaand aan het verhaal van Jezus’ lijden en sterven besteedt de evangelist Johannes een aantal hoofdstukken aan de vraag: hoe leven wij met een ‘afwezige’ Jezus. Het moment nadert dat zijn leerlingen verder moeten zonder zijn lijfelijke aanwezigheid in hun midden, en de grote vraag is hoe zij de herinnering aan Jezus zodanig ‘levend’ kunnen houden dat wat hij hun heeft voorgeleefd zijn kracht niet verliest. En daarom is het antwoord op die vraag ook voor ons van belang, want ook wij verkeren in die omstandigheid: dat Jezus niet lijfelijk onder ons aanwezig is om ons te bemoedigen en de weg te wijzen. Want er is in het leven van elke dag van alles aan de hand dat ons kan doen wanhopen aan de aanwezigheid van de Eeuwige en zijn betrokkenheid bij ons bestaan. Dat is ook de klacht van zovelen om ons heen: dat God zo onzichtbaar is. En wat zou het dan fijn zijn als Jezus nog altijd onder ons aanwezig was om de situatie te duiden en ons de ogen te openen voor Gods verborgen tegenwoordigheid. Dat hij ons net als toen liet zien hoe de Eeuwige toch steeds weer van zich laat horen, maar dat dat vaak net wat anders gebeurt dan wij ons dat voorstellen.

Het antwoord op die vraag hoe wij moeten leven met een ‘afwezige’ Jezus verpakt de evangelist Johannes in een reeks 'laatste gesprekken’ van Jezus met zijn leerlingen. In al deze gesprekken identificeert Jezus zich met God als de Zoon met zijn Vader. Nergens anders in de evangeliën is die intimiteit sterker verwoord dan hier. En dat geldt ook voor de band met zijn leerlingen, die hij in deze hoofdstukken zijn vrienden noemt. Zowel met de Vader – Zoon terminologie als met het vriendschapsthema tussen Jezus en zijn leerlingen is de bijbel verder nogal zuinig en dat maakt dat we deze aanpak typisch ‘Johanneïsch’ noemen, oftewel: voortvloeiend uit de theologie van Johannes. In ieder geval maakt de evangelist duidelijk dat er een bijzondere band is tussen Jezus en God, die hij als zijn Vader ziet, en tussen Jezus en zijn leerlingen. Hij is ervan overtuigd dat de kracht van de Eeuwige, die Jezus in levenden lijve onder de mensen vertegenwoordigde, overgaat op allen die hun leven in zijn voetspoor willen voortzetten. Daarom kan hij Jezus met een gerust hart over laten gaan naar de wereld van God, naar het huis van zijn Vader, want hij weet dat hij zijn leerlingen en alle anderen daarmee niet in de steek laat. Hij heeft ze een duidelijke weg gewezen. En als ze die nu maar gaan, dúrven gaan, op hoop van zegen, dan komt het wel goed met ze. Dan vinden ze het leven.

Jezus belooft zijn leerlingen de heilige Geest. Die zal hen alles in herinnering brengen wat hij hun gezegd heeft, zodat ze in zijn spoor kunnen voortgaan. Waar zij alleen maar leegte en gemis vrezen wanneer hij hen verlaten heeft, verzekert Jezus hun dat hij in de Geest altijd bij hen zal blijven. Wie hij was en wat hij ze geleerd heeft, het zal op een andere wijze met hen mee blijven gaan. Het mysterie van zijn aanwezigheid overschrijdt de gebondenheid aan de concrete aardse persoon die in hun midden was. Als ze goed leren kijken, valt er overal iets van hem te zien. In een wereldwijd streven naar vrede en gerechtigheid bijvoorbeeld, zodat mensen ondanks alle tegenstand van dictatoriale machthebbers en autoritaire systemen toch steeds meer tot hun recht komen. Maar ook in allerlei innerlijke groei die mensen ervaren, waardoor ze tot volle bloei kunnen komen en hun levens vrucht gaan dragen.

Zo is Jezus tot op de dag van vandaag in de Geest aanwezig als een warme golfstroom, waaromheen de menselijkheid gaat groeien en bloeien. Hij is aanwezig als een verwarmend vuur, als een bron van inspiratie die mensen in beweging zet, als een verwachting van toekomst waar alles lijkt te zijn doodgelopen, als de kracht om in verzet te komen tegen alle mogelijke vormen van onrecht, steeds opnieuw. Hij is aanwezig als de moed om voort te gaan en het uit te houden. Als een troost voor stervenden en mensen met verdriet, als een vreugde die intenser is dan oppervlakkige blijheid die de schaduwzijden van het leven nog niet kent.

Zo schildert de evangelist Johannes de aanwezigheid van de Eeuwige in ons bestaan van elke dag. Het bijzondere van zijn evangelie is dat het ervan uitgaat dat deze Geest van God, zijn scheppingskracht die alles bezielt en in beweging brengt, al vanaf het begin van de schepping door alles heen in onze wereld heeft gewerkt. Daarom zijn er de eeuwen door steeds weer mensen geweest die de Geest kregen, wijsheid en inzicht in wat God in de gegeven omstandigheden van hen vroeg: priesters en profeten in wie Gods betrokkenheid bij zijn levenswerk een gezicht kreeg. Zij spraken woorden van troost en bemoediging zoals de Geest het hun ingaf én zij riepen op tot protest en verzet waar zij signaleerden dat Gods goede bedoelingen door de mensen werden aangetast. Van het begin af aan zijn wij nooit alleen geweest, maar zocht de Eeuwige in de Geest onderdak bij de mensen. Zoals hij ook woonde in de mens Jezus van Nazaret, die éne mens die zozeer tot in alle hoeken van zijn wezen door deze Geest bewoond was dat hij kind aan huis was bij de Vader en daarom met recht Gods zoon genoemd wordt.

Als érgens zichtbaar is geworden hoe de Geest er álles aan doet om de chaos te bedwingen en een leven in het licht mogelijk te maken, dan is het wel in de weg die Jezus door het leven ging. En nu zijn taak erop zit en hij thuis zal komen bij de Vader, weet de Geest wat haar te doen staat. Zij keert weer terug naar de aarde. Want mensen mogen dan voorbij gaan, de Geest blijft. De goddelijke inspiratie zoekt steeds opnieuw een woonplaats onder de mensen uit. De Geest van wijsheid en inzicht weet dat zij hier nodig is. Als een bron van kracht, troost en inspiratie. Van het begin af aan is zij volgens Johannes zo onder de mensen aanwezig geweest. En zo zal zij onder de mensen aanwezig blijven. Dat hebben Jezus’ leerlingen ervaren nadat zij hem moesten loslaten. Dat hebben tallozen na hen ervaren die zich openstelden voor de levenskracht die de Geest hen gaf. Dat zullen ook wij ervaren wanneer wij ons openstellen voor de gaven van de Geest en deel krijgen aan die vreugde die geen einde heeft.

Zo is de Eeuwige van het begin af aan tot nu toe in de Geest onder ons aanwezig. Daarom heeft Jezus er alle vertrouwen in dat zijn leerlingen het straks zonder zijn directe aanwezigheid zullen redden. In de Geest zal hij bij hen zijn. ‘Wanneer iemand mij liefheeft’, zegt hij, ‘dan zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’ Het staat er zo huiselijk, zo heel gewoon alledaags, en zo mogen wij dat denk ik ook opvatten. Als wij ons openstellen voor wat Jezus ons geleerd heeft en ons laten inspireren door de weg waarmee hij door het leven ging, dan krijgen wij deel aan diezelfde Geest die hem bezielde. De Geest die van het begin af aan aanwezig is en tot op de dag van vandaag bij mensen onderdak zoekt. Dan komen Jezus en zijn Vader bij ons wonen. Het is een intiem, huiselijk gebeuren. Het heeft ook niets met hoogdravende dingen te maken of met bijzondere spirituele ervaringen – nee, het is juist ons gewone leven dat aan diepte wint doordat de Vader en de Zoon bij ons zijn ingetrokken, waardoor wij anders in het leven komen te staan en dat laten blijken in woorden en in daden.

Zo gewoon, zo menselijk, wil de Eeuwige bij ons zijn. Zo gewoon, zo menselijk is geloven. Je mag je geborgen weten in het mysterie, de dragende grond van alles wat is. Dat besef, dat innerlijk weten, geeft een diepe vrede. Het is diezelfde vrede die Jezus heeft ervaren in het besef, het weten dat Hij in alles werd gedragen door de aanwezigheid van zijn Vader. ‘Ik laat jullie vrede na’, zegt Jezus. ‘Mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.’ Het gaat om een vervulling, die niet te vinden is in het materiële en concrete dat wij van nature nastreven. Jezus heeft het over een spirituele vervulling, een volheid die alleen in geestelijke zin is uit te drukken en die alles te maken heeft met het openstaan voor wat de Geest van God in ons ten goede kan bewerken.

Zo is de Geest tot op de dag van vandaag een prachtig beeld voor Gods betrokkenheid bij ons bestaan. Wij staan er nooit alleen voor. Ook al is Jezus niet meer lijfelijk in ons midden, om ons heen is de Geest van God die alles naar zijn bestemming wil voeren. En die ons bestaan wil verrijken door in ons te komen wonen, zodat wij een vreugde en een vrede kunnen ervaren die nergens anders te vinden is. Laten wij dan ons hart voor die Geest openstellen en delen in die vrede die geen einde heeft.

Amen.

© 2019 PKN Anloo - Zuidlaren | Alle rechten voorbehouden.