• Start
  • Preken
  • Dorpskerk - ds R.J. ten Have

Schriftlezing: 1 Johannes 5

Gemeente!

Vandaag besluiten wij onze doorgaande lezing van de eerste brief van Johannes met de bespreking van het laatste, vijfde hoofdstuk. En wat ons daarin opvalt, is dat alle thema’s die in de voorafgaande hoofdstukken werden besproken, nog eens herhaald lijken te worden. Johannes werkt duidelijk naar een climax toe. Liefhebben, de geboden bewaren, leven uit de verbondenheid met God – wij hadden er in het voorafgaande al van gehoord en nu worden wij er opnieuw bij bepaald. Dat is wat Johannes ons op het hart wil binden als het antwoord op de vraag naar de diepste vervulling van ons bestaan. En hij voegt eraan toe: ‘Gods geboden zijn geen zware last’. Het lijkt erop dat Johannes hier een vers citeert uit Deuteronomium 30:11: ‘de geboden die ik u vandaag heb gegeven, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw bereik’. Het is alsof je Jezus zelf hoort zeggen: ‘mijn juk is zacht en mijn last is licht’.

Uiteindelijk gaat het in al die geboden om het scheppen van een bedding voor de liefde. Ze willen je helpen om jezelf, de ander en het leven lief te leren hebben en tot volle bloei te komen. Het is een tragisch misverstand dat wij sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn gaan menen dat Gods geboden bedoeld zijn om ons in onze vrijheid te beknotten. Velen hebben in hun vaak terechte verzet tegen het bekrompen burgermansdenken van toen alle normen en waarden, godsdienstig of niet, overboord gezet. Maar daarmee hebben ze mét het kind ook het badwater weggegooid. Want vrijheid kan niet gedijen zonder afspraken die die vrijheid garanderen. Liefde is daarom nooit: wég met alle regels. Kom er maar eens om in een gezin met kleine kinderen. Het lijkt zo mooi: kinderen vrij laten en ze zelf laten ontdekken wat goed en wat kwaad is. Kinderen uit zulke gezinnen zeggen later vaak dat ze zich in hun jeugd op een bepaalde manier wat aan hun lot overgelaten voelden. Een kind heeft leiding nodig, liefdevolle regels. Niet alleen wat betreft voeten vegen en handen wassen, om eens wat huis-, tuin- en keukenaangelegenheden te noemen, maar ook wat betreft geestelijke normen en waarden.

Wijlen prinses Gracia van Monaco heeft eens gezegd: ‘veel ouders doen niets aan de religieuze opvoeding van hun kinderen. Zij zeggen dat hun kinderen zelf maar moeten kiezen als ze volwassen zijn. Maar dat is net zoiets als zeggen dat ze op die leeftijd zelf maar moeten kiezen of ze hun tanden al of niet zullen poetsen. Tegen die tijd zijn er misschien wel geen tanden meer om te poetsen! En net zo zouden er op die leeftijd wel eens geen principes en zedelijke beginselen meer kunnen zijn’. Juist in Gods geboden, zo wil Johannes zeggen, is zijn liefde verscholen. Daarom zijn die geboden ook niet zwaar. Ja, als je ze met tegenzin doet, dan wordt het anders. Als je er de waarde niet van inziet, dan worden ze een last. Zoals het meest eenvoudige karweitje waar je geen zin in hebt, een onoverkomelijke klus kan worden. Maar als je ergens de zin van ziet, als je ergens liefde in bespeurt, dan wordt het anders. Dan wordt de last een lust. Zo is het ook met Gods geboden. Wie de zin ervan inziet, die ervaart al doende: ze zijn niet zwaar. Want – zo zegt Johannes erbij – ‘ieder die uit God geboren is, overwint de wereld’.

Met andere woorden: kinderen van God kunnen alles aan. Omdat ze zien dat het woord van God een alles overwinnende kracht is. Johannes spreekt hier zelfs in de voltooide tijd: ‘de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof’. En dat is een duidelijke verwijzing naar Pasen. De machten van de wereld mogen zich soms nog stevig roeren, op de paasmorgen is gebleken dat het licht van Godswege sterker is dan alle duisternis waar wij nu nog tegenaan lopen. Geloven is voor velen tegenwoordig zoiets als leven met een handicap – dit mag niet en dat mag niet. Maar ze zien daardoor iets heel wezenlijks over het hoofd: dat het een kracht is die de wereld overwonnen heeft en nog steeds overwint. Zie eens hoeveel ellende er overwonnen wordt door de gehoorzaamheid aan het evangelie van de liefde. Nee, dat hoor je meestal niet op de radio, dat laten ze op het journaal niet zien, goed nieuws is geen nieuws, vinden de media. Maar het gebeurt: haat wordt omgetoverd in liefde, wanhoop verandert in levenslust, angst wordt omgesmolten in vertrouwen. Al zulke dingen kunnen gebeuren waar mensen leven vanuit het besef dat wie uit God geboren is, de wereld overwint. Horst Sindermann was een van de leden van het Zentralkomitee van de Socialistische Einheitspartei Deutschland, de partij die tot de val van de muur in 1989 de scepter zwaaide in de toenmalige DDR. Hij zei over de acties vanuit de kerken, de gebeden en de stille tochten met kaarsen die uiteindelijk de val van de muur inluidden: ‘we hadden voor álles een planning, een plan van aanpak. We waren op álles voorbereid. Alleen niet op kaarsen en gebeden’.

Geloof als een kracht waarmee je de wereld overwint – zo spreekt Johannes ons moed in. Uit dat vertrouwen mogen wij als christelijke gemeente leven. En daarom is het goed er met elkaar voor te zorgen dat die gemeenschap blijft functioneren en in het geheel van de samenleving een plek is waar je dat vertrouwen kunt oefenen. Zoiets gaat niet vanzelf, maar vraagt om vrijwilligers die bereid zijn daar een deel van hun tijd aan te geven. Vandaag zijn wij blij dat Herman en Jenneke, Doortje en Sieger, binnen het geheel van de kerkenraad elk een eigen taak op zich willen nemen om ervoor te zorgen dat wij als Dorpskerkgemeente aan die roeping gestalte kunnen blijven geven. En Wim kan met een gerust van zijn taak worden ontheven, want hij weet: het werk gaat door. Zo kunnen wij in alle bescheidenheid maar ook in alle vrijmoedigheid bouwen aan een gemeente die aan iedereen die het maar wil zien, toont dat geloof een kracht is waarmee je de wereld overwint – een weten boven alle denken uit dat je veilig bent in de handen van God, onze oorsprong en onze bestemming, het mysterie dat ons omgeeft en waar wij deel van uitmaken.

In het vervolg van dit hoofdstuk gaat Johannes nog wat nader in op de inhoud van het christelijk geloof. Het geloof dat de wereld overwint, is het geloof dat Jezus de Zoon van God is, zegt hij. Wat ons kracht mag geven, is het besef dat de Eeuwige niet verheven is, ver boven ons gewone aardse leven, maar dat Hij ons leven op menselijke wijze gedeeld heeft in de weg die Jezus van Nazaret door het leven ging. Christelijk geloof verliest zich daarom niet in allerlei speculaties over het wezen van God of over zijn al of niet bestaan, maar gaat er van uit dat het geheim van het leven zichtbaar is geworden in deze ene mens die zozeer kind aan huis was in het denken van zijn Vader dat hij met recht Gods Zoon genoemd wordt. In hoe hij mensen met zichzelf en elkaar verzoent, in de wijze waarop hij gevallen mensen weer op de been helpt en mensen die het leven kwijt waren weer doet opstaan tot de dans van het leven, wordt de vervulling manifest waar wij met z’n allen zo naar op zoek zijn. Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in God, zegt de kerkvader Augustinus. In wat Jezus met mensen doet, is voor eens en voor altijd zichtbaar geworden hoe wij het Goddelijk mysterie kunnen vinden in ons gewone dagelijkse bestaan. Dat is wat wij het eeuwige leven noemen. Wij hebben die term in ons gangbare spraakgebruik vaak gereserveerd voor wat ‘hierna’ komt, maar bijbels gesproken is het eeuwige leven een categorie van het gewone leven, maar dan vervuld van wat Gods Geest nu al in ons teweeg kan brengen. Eeuwig leven, dat is leven dat vanuit de toekomst reeds in het heden wordt geschonken. Wie zich openstelt voor God, gaat de volheid van het leven binnen. Zo zegt Jezus in het hogepriesterlijk gebed: ‘dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen en hem die U gezonden hebt’. En zo zegt Johannes in dit laatste hoofdstuk van zijn brief: ‘God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven’.

Daar zou de brief kunnen eindigen. Met deze woorden over het eeuwige leven heeft Johannes de climax bereikt van wat hij wilde zeggen. Hoe je het leven in al zijn volheid kunt beleven, mag nu bekend zijn. Maar hij voegt er toch nog een soort van post scriptum aan toe. En daarin wijst hij op de kracht van het gebed. Dat je openstellen voor God vraagt om een je afstemmen op wat Hij voor je wil zijn. Wij hebben altijd geleerd dat je God alles mag vragen en zijn dan vaak hevig teleurgesteld als wij niet kregen wat we vroegen. Maar Johannes zegt hier, op grond van zijn ervaring, dat wij ons vol vertrouwen tot God kunnen wenden in de zekerheid dat Hij naar ons luistert, als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En dat is een niet overbodige toevoeging. Natuurlijk mag je God alles voorleggen wat je bezighoudt, maar niet alles wat wij Hem vragen is in overeenstemming met zijn wil. En ook de natuurlijke gang van zaken kan door Hem niet zomaar opzij gezet worden, zo werkt het niet. Dat is ook niet de strekking van de vele wonderverhalen die in de bijbel staan, ook al is ons dat soms vroeger als geloof bijgebracht. Maar wat wij wel kunnen is ons afstemmen op wat Hij voor ons wil zijn, zodat wij kracht en moed ontvangen en een kanaal worden waardoor zijn liefde de wereld in stroomt. Het echte verhoorde gebed is niet zozeer een veranderde situatie, maar een veranderde bidder, die de situatie – hoe ondoorgrondelijk en duister die soms ook kan zijn – met andere ogen gaat zien. Dan kun je met Johannes zeggen: ‘omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben’.

Waar het op aankomt, is steeds weer de afstemming te zoeken op het mysterie van zijn stille aanwezigheid, zodat wij onze pijn te boven komen en volstromen met levensadem. Wie dat doet, die vindt het leven in al zijn volheid.

Amen.

© 2017 PKN Anloo - Zuidlaren | Alle rechten voorbehouden.