28 mei

Jawlensky Heilandgesicht pkn anloo zuidlarenteksten: Ezechiël 39:21-29 en Johannes 17:1-13

overweging

Verlangen naar een zichtbare God

Ik wil vanmorgen eerst eens met u kijken naar het plaatje dat u op de voorkant van uw liturgie vindt. Het is een gezicht, dat is niet moeilijk te herkennen. Ook al heeft de schilder geen poging gedaan om de werkelijkheid zo dicht mogelijk te naderen, om een gezicht te schilderen zoals het er echt uitziet, fotografisch. Je herkent onmiddellijk het gelaat van een mens in die paar strepen en vlekken die daar staan. Onze hersenen zijn daar ook op gebouwd. We herkennen overal gezichten: in de voorkant van een auto die vriendelijk of streng kan kijken, in de plaatsing van vensters in een huis, in een wonderlijk gevormde wolk – we hebben maar weinig nodig om onszelf terug te vinden in de dingen om ons heen.

Degene die dit gezicht geschilderd heeft is de schilder Alexej von Jawlensky, die leefde van 1864 tot 1941. Hij groeide op in Rusland, maar maakte zijn werk grotendeels in Duitsland. De kunstenaar noemde dit schilderij Heilandgesicht. Het is dus niet zomaar een gezicht, maar het is het gezicht van de Heiland. Het verwijst niet naar zomaar een mens, maar het verwijst – uiteindelijk - naar God. Jawlensky kwam uit Rusland, waar iconen een belangrijke rol spelen in het geloof van mensen. En ook in iconen wordt niet geprobeerd om de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weer te geven, maar iconen zijn een manier om God te naderen. Iconen worden daarom ook wel ‘vensters op God’ genoemd. Al ogen de schilderijen van Jawlensky modern, toch zijn ze naar hetzelfde op zoek als de iconen uit de Russisch orthodoxe traditie: ze zijn op zoek naar God.

Het gezicht dat op de voorkant van onze liturgie staat is niet het enige gezicht dat Jawlensky schilderde: hij maakte hele series, in totaal zo’n 1050! Steeds maar weer strepen en vlekken die samen een gezicht vormen: soms meer figuratief, soms abstract. Een eindeloze stroom aan Heilandgesichter… Je kunt dat gek vinden of bezeten - waarom zou iemand dat willen doen: steeds maar hetzelfde onderwerp, met kleine variaties? Waarom wijdt iemand zijn leven daaraan? Toen de kunstenaar daarnaar gevraagd werd zei hij dit: ik maak deze schilderijen “aus Sehnsucht nach einem sichtbaren Gott”. Verlangen naar een zichtbare God, dat was zijn drijfveer.

Die woorden laten je even stilstaan. Verlangen naar een zichtbare God: herkennen we dat? Ik heb zo het vermoeden dat velen van ons dat wel na kunnen voelen: dat verlangen, dat je God soms wel de hemel uit zou willen bidden: kom toch tevoorschijn, hier in deze verwarrende en chaotisch wereld, hier in mijn leven dat overhoop ligt, en laat je nou eindelijk eens zien. Wordt zichtbaar, wordt tastbaar.

En zou je soms ook niet willen, dat je wat beter aan anderen zou kunnen uitleggen, waar je nu eigenlijk in gelooft, wat je nu eigenlijk bezielt, en waar je voor staat? Kijk, daar, daar is hij, daar is het, dáár geloof ik in. God bestaat, en daar is hij te vinden. Een vastomlijnd geloof, dat zich laat aanwijzen en uitleggen aan buitenstaanders. Zo zit het , en niet anders.

Tussen Hemelvaart en Pinksteren: een onzekere kerk

En toch werkt geloof niet op die manier. Juist op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren gaat het ten diepste hierover: dat het verlangen van mensen naar een zichtbare God nooit helemaal gestild wordt.

Na Hemelvaart staan de leerlingen van Jezus opnieuw met lege handen, zij staren hulpeloos naar de hemel en langzaam dringt het tot hen door dat Jezus niet langer lijfelijk in hun midden aanwezig is. Zolang ze met hem optrokken, zolang hij met hen meetrok en hen liet zien wat liefde was en mededogen, zolang maakte hij in hun ogen God zichtbaar en tastbaar. Jezus was voor hen het gezicht van God, in zijn nabijheid ervoeren ze hoe God hen rakelings nabij was. Zoals Jezus het zelf formuleerde: “Alles wat van mij is, is van u en alles wat van u is, is van mij”. Maar nu staan ze daar, onthand en ontredderd. Hij is niet langer in hun midden.

Juist deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren verbeeldt de hulpeloosheid van de gelovige gemeenschap. Wezenzondag, wordt deze zondag ook wel genoemd. Naar de belofte die Jezus uitspreekt aan de vooravond van zijn dood: ik zal jullie niet als wezen achterlaten.

Maar op deze zondag staan de gelovigen er verweesd bij: je verlangt naar volheid, maar je bent leeg. Je zou van alles willen doen, maar je moet wachten. Je hebt je hoop gevestigd op Gods koninkrijk, maar je stuit in alles op de harde werkelijkheid van alledag. Je bent volgelingen van Jezus, maar je kunt hem niet volgen – hij onttrekt zich aan je zicht. De kerk is in deze tussentijd radicaal onthand en moet oefenen in openheid voor een Geest die komen zal, maar die niet op afroep beschikbaar is en nooit jouw bezit zal worden.

Je zou kunnen zeggen dat deze zondag iets van de situatie van de hedendaagse kerk weerspiegelt. Van een kerk die aan het zoeken en tasten is naar de reden van haar bestaan. Een kerk die het allemaal niet zo heel zeker meer weet en zich in het grotere geheel van de samenleving verweesd voelt. Een onzekere kerk.

Naderen tot God

In het gedeelte dat we lazen uit Johannes bereidt Jezus zijn leerlingen voor op zijn naderende afscheid, op een tijd waarin hij niet langer zichtbaar en tastbaar aanwezig zal zijn om hen de weg te wijzen. Hij doet dat in een gebed.

Hij bidt tot God, hij spreekt God aan, maar tegelijk spreekt hij zijn leerlingen aan die meeluisteren: “Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.”

Jezus beveelt zijn leerlingen bij God aan: hij vraagt God om hen niet los te laten, hen niet verweesd en verloren achter te laten, maar met hen verbonden te blijven. En mèt dat hij die vraag bij God neerlegt, steekt hij zijn leerlingen een hart onder de riem. Al biddend spreekt hij ook hen aan. Hij leeft hen als het ware voor hoe zij tot God kunnen naderen.

Bidden, zo laat Jezus zijn leerlingen hier zien, is een manier om jezelf afstemmen op God. Jezelf te midden van alle chaos en verwarring die deze wereld met zich meebrengt, afgestemd houden op die andere ruimte: dat koninkrijk van God. Daar voeling mee houden, ook al merk je er in deze wereld soms nog niets van.

Vaak lijkt het in deze wereld alsof God zich verborgen houdt, alsof hij zijn gelaat van ons heeft afgewend (om met de woorden van Ezechiël te spreken).

De Tsjechische theoloog Tomas Halik schrijft in zijn boek Geduld met God, dat het hoort bij een volwassen geloof om het met die verborgenheid van God uit te houden. Hij zegt het zo:

“Ik ben er (…) van overtuigd dat groeien in geloof ook betekent dat je de momenten – en soms lange periodes – aanvaardt en in geduld doorleeft waarin God ver weg lijkt te zijn, verborgen blijft. Wat evident en bewijsbaar is, vereist immers geen geloof. In het licht van onwankelbare zekerheden die binnen het bereik van ons verstand, voorstellingsvermogen of zintuigelijke ervaringen liggen, hebben we geen geloof nodig. Geloof is er juist voor de momenten van schemering, van meerduidigheid van het leven en de wereld, en ook voor de nacht en de winter van Gods zwijgen. Zijn bedoeling is niet onze dorst naar zekerheid en veiligheid te lessen, maar ons te leren leven met het mysterie.”

Dat zijn woorden die aan het denken zetten en die misschien ook wel tijd nodig hebben om te bezinken. Je zou het ook zo kunnen zeggen: God laat zich niet grijpen of begrijpen, maar Hij laat zich wel naderen.

Ik zou nog even met u terug willen naar dat gezicht op de voorkant.

Jawlensky schildert niet zoveel gezichten, omdat hij denkt dat hij uiteindelijk bij het ware gezicht uit zal komen, maar omdat hij zijn verlangen levend wil houden. Het verlangen naar een zichtbare God. Hij weet maar al te goed dat het ware gezicht van God zich niet laat vangen in verf en doek. En toch blijft hij schilderen, doek na doek, streep na streep, vlek na vlek. Het is zijn manier om God te naderen. Zijn laatste serie noemde hij Meditationen: meditaties. Schilderen als een vorm van bidden: jezelf afstemmen op die andere ruimte, waarin God zich niet laat vastpakken, maar wel laat vinden.

En eigenlijk denk ik dat dat hetzelfde is wat wij hier zondag aan zondag proberen te doen in deze kerk. Ons verlangen levend houden. In lied na lied, gebed na gebed, woord na woord…

© 2017 PKN Anloo - Zuidlaren | Alle rechten voorbehouden.