8 september 2019

lezing: 1 Samuel 16: 1-13

overweging

Deze zomer luisterde ik naar een podcast over de Bourgondiërs, van Bart van Loo, die als de gedroomde geschiedenisleraar prachtig kan vertellen over de tijd waarin de Bourgondiërs leefden, de intriges rond de troonsopvolging, de decadente banketten waar de adel zich volvrat en dronk,  mooie anekdotes maar ook aandacht voor de grote lijnen van de geschiedenis. Ik kan het iedereen aanraden die van geschiedenis houdt om deze podcast te beluisteren, die niet alleen vol verhalen zit, maar ook vol heerlijke muziek. Maar u kunt ook het boek lezen, ook dat leest als een trein.

Heerlijk als geschiedenis goed verteld wordt, niet als een droge opsomming van feiten, maar ook vol smeuïge details. De boeken Samuël voldoen daar ruimschoots aan; ze zitten vol spanning en avontuur, het gaat over macht en onmacht van mensen, er zit menselijk drama in en politiek. Het mooie aan deze verhalen is, dat ze niet zwart-wit zijn, maar vol kleuren en nuances. Ook al hebben we misschien de neiging om te denken dat de twee hoofdpersonen, koning Saul en koning David, de good guy en de bad guy vertegenwoordigen, toch liggen de zaken niet zo simpel. Saul is niet alleen maar slecht en David is niet alleen maar goed. Er is veel meer aan de hand dan dat. De karakters komen naar voren als echte mensen, met hun fouten en gebreken, maar ook met trekjes die ze sympathiek maakt. Zoals je in een goede film zelf met de grootste slechterik kun meeleven, zo kun je ook hier sympathie opbrengen voor een tragische figuur als koning Saul, zelfs al maakt hij er een potje van en loopt hij uiteindelijk helemaal vast.

De boeken Samuel gaan over de macht en de onmacht van mensen, van leiders vooral. En ook al staan ze ver van ons af in de tijd, toch kunnen we er een heleboel in herkennen. Dat macht mensen lijkt te veranderen bijvoorbeeld, of hoe moeilijk het is om macht los te laten. Dat de wensen van het volk soms grillig zijn, en hoe lastig het kan zijn om werkelijk naar mensen te luisteren en op een goede manier leiding te geven. Het is van alle tijden. De zoektocht naar een rechtvaardige samenleving, en de ervaring dat die zoektocht soms ook flink kan ontsporen. Het is van alle tijden. In een week waarin de soap rond de Brexit van de ene cliffhanger naar de andere ging, is het allemaal heel herkenbaar: de machtsspelletjes, het gedoe rond beeldvorming en imago, de intriges rond opvolging en verkiezing.

Maar ook al zijn de verhalen volop herkenbaar en menselijk, al te menselijk soms, toch trekt de Bijbel haar eigen spoor en vertelt een tegendraads verhaal. De Bijbelse traditie  heeft wel weet van de tragedie, van het voortdurend gekonkel om de macht, maar ze legt zich er niet bij neer. Er is meer te zeggen dan dat het leven beheerst wordt door een onveranderlijk noodlot. Er is ook ruimte voor de gedachte dat het anders kan, voor een verlangen dat zich soms zomaar aandient en dat volgens de normen van wat we 'normaal', 'haalbaar' en 'realistisch' noemen volstrekt buiten de werkelijkheid staat. Maar niettemin blijft het soms

roepen, zeuren, kietelen, ergeren, inspireren en het zegt: een mens is niet tot ondergang gedoemd.

Juist omdat de Bijbel weet heeft van hoe het er maar al te vaak aan toe gaat, van wat macht doet met mensen, is het koningschap in Israël allesbehalve vanzelfsprekend. Als het volk vraagt om een koning, reageert God, bij monde van zijn profeet Samuel, uitgesproken negatief:  je hebt toch al een koning, God zelf? Wat moet je dan met een koning die, voor je het weet, je zonen en dochters nodig heeft voor zijn leger en hofhouding, die je geld opeist voor zijn koninklijke levensstijl en je land voor zijn altijd goed gevulde tafel? Een koning? – je verspeelt er zomaar je vrijheid mee.

Maar als het dan toch moet, laat het dan een koning zijn die een beetje op de Eeuwige lijkt. Meer een dienaar dan een geweldenaar, meer een herder dan een jager, meer een mens met lef dan één van het uiterlijk vertoon.

En zo wordt Saul door Samuël op de troon gezet. als de eerste koning van Israël. Hij moet het anders gaan doen dan andere koningen. Hij moet een herder worden, die zich láát leiden. Die zijn beslissingen eerst in het licht van de Tora houdt – de leefregels van God – voor hij ze uitvoert. Hij moet een venster zijn, op God.

Samuël had hem ontmoet terwijl Saul op zoek was naar een paar zoekgeraakte ezelinnen van zijn vader. Een goed voorteken, want iemand die op zoek gaat naar het verlorene, zal ook wel behoedzaam met zijn volk omgaan. Bovendien had Saul zijn rijzige gestalte mee. Een grote man zal wel tot grote daden komen. Zo waren de verwachtingen hoog gespannen. En in het begin had hij het lang niet gek gedaan, maar gaandeweg waren de twijfels binnen geslopen. Is dit wel echt een koning? Weerspiegelt deze koning het koningschap van God? Laat hij iets zien van recht en gerechtigheid, of is hij net als alle anderen en redeneert hij naar zichzelf toe?

Dat is het punt waarop Samuël opnieuw op zoek moet naar een koning. En opnieuw doet hij dat met frisse tegenzin. Want je weet wat je hebt, en je weet niet wat je krijgt. Wie zegt dat de nieuwe koning een betere zal zijn? Wie zegt dat het deze keer wel zal lukken?

Het cynisme ligt op de loer bij Samuel, en hij is ook bang. Bang dat Saul erachter komt, en hem zal vervolgen.

Samuel is trouwens niet de enige die bang is. Wanneer hij bij Bethlehem komt, zijn de stadsoudsten bang dat zijn komst problemen zal brengen, ze zijn bang dat Samuel onheil komt aankondigen. Uw komst is toch geen slecht teken?, vragen ze. Kennelijk voelen velen zich onder het koningschap van Saul onveilig, iedereen is bang voor moeilijkheden. Sauls veelbelovende koningschap is kennelijk omgeslagen in een situatie waarin mensen bang zijn. Niemand die tegen hem op durft te staan. Het volk is in de ban van machteloosheid.

Maar God stuurt Samuël op pad, hij moet naar het huis van Isaï, in Bethlehem. Want, zo spreekt God (Naardense vertaling): ‘ik heb bij zijn zonen voor mij een koning gezien’.  In het uitkiezen van een nieuwe koning zal het erop aan komen, goed te zien. Om de ogen wijd open te hebben en te zoeken naar eigenschappen die bij een goede koning horen.

Samuel komt aan bij het huis van Isaï. Prachtig wordt verteld hoe al de zonen van Isai aan Samuel voorbij trekken: Eliab, Abinadab, Samma en de anderen. Een voor een ziet Samuel ze aan. Eliab, de oudste is groot en sterk, zoals Saul was. Hij steekt met kop en schouders boven iedereen uit. Zal hij het zijn? Nog steeds denkt Samuël dat een koning er toch in ieder geval zo uit behoort te zien als Saul: groot en sterk. Hoewel hij weet dat het koningschap van Saul op niets is uitgelopen, zoekt hij een opvolger die op Saul lijkt. Het is soms moeilijk om je werkelijk los te maken van een situatie die niet goed is, om werkelijk naar iets nieuws om te zien. Je weet wat je hebt, en je weet niet wat je krijgt.

Maar God wijst Samuël terecht. Nee, Samuël, je bent dan wel een ziener, een profeet, maar deze keer zie je het toch echt verkeerd.

Je moet niet afgaan op zijn rijzige gestalte. Het gaat niet om wat de mens ziet, de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart. Of, iets dichter bij de oorspronkelijke tekst: de mens ziet wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan!

Het is deze ene zin waar het verhaal om draait. Om zien gaat het, om goed leren zien.

Gods leert Samuël opnieuw kijken. Hij moet zich niet laten imponeren door wat zich aan het voordoet. Hij moet leren door de mensen en de dingen heen te kijken, naar wat er echt toe doet.

God ziet het hart aan. God zoekt een koning naar zijn hart.

In onze tijd is het hart de zetel van het gevoel. Op je hart afgaan, betekent je gevoel volgen. Maar hier wordt iets anders bedoeld; het hart was in die tijd de zetel van inzicht en oriëntatie. Van het gezonde verstand en van een wijs oordeel.

God zoekt zich een koning die zich niet alleen aan de buitenkant als koning voordoet, met alle uiterlijkheden die daarbij horen, maar een koning die ziet waar het om gaat: om goed leiderschap, om het hoeden van het volk, om bescherming en begeleiding van mensen.

En zo trekken de zonen van Isaï een voor een aan Samuël voorbij. En Samuël moet ze, kijkend met zijn nieuwe blik, een voor een afwijzen. Nee, ook deze is het niet. Zeven zonen zijn de revue gepasseerd. Zeven, het getal van de volheid. Je zou zeggen: alle mogelijkheden zijn nu uitgeput.

Maar Samuel, geraakt door God woord, dat er soms meer te zien is dan je denkt, vraagt of er niet nog een zoon is. Misschien, je kunt toch niet weten....

En er is er nog een. Een toegift, een extraatje, de achtste.

Acht, dat is het getal van God. De mensen tellen niet verder dan zeven, zeven dagen in de week bijvoorbeeld, dat is ons schema. Maar God sloot met Abraham een verbond op de achtste dag. Die dag kennen wij niet, bij ons is dat weer de eerste. Die achtste dag staat niet op de kalender, die dag is niet van de tijd, die dag is van de eeuwigheid. De achtste dag is de dag van het nieuwe begin.

De achtste zoon, de toegift, dat is de herder-koning die God zoekt. Hij moet opgehaald worden, zegt Samuel. Zonder hem kunnen we niet aan tafel gaan. Voordat de jongste aan tafel zit, kan de maaltijd niet beginnen. De laatste is aan Gods tafel de eerste. Degene die niet werd meegeteld, krijgt een ereplaats.

Dat motief van de laatste die de eerste wordt, klinkt de hele bijbel door. Steeds opnieuw geeft God een verrassende wending aan de geschiedenis. Steeds weer gaat hij in tegen onze vanzelfsprekende waarheden, steeds opnieuw buigt hij onze blikrichting om zodat wij mogelijkheden zien waar alle mogelijkheden uitgeput leken.

Terwijl de mensen dachten dat Saul nog steeds aan de macht was, terwijl ze in de ban waren van hun eigen machteloosheid, zag God de nieuwe koning al voor zich. Terwijl Samuel een koning zocht die op de vorige leek, laat God hem de achtste zoon uitkiezen. Een toegift als messias, gezalfde.

Terwijl wij denken dat bepaalde problemen onoplosbaar zijn, dat er altijd wel honger zal zijn, dat de oorlog zich alleen verplaatst, dat schreeuwers altijd aan de macht komen, laat God ons zien dat er meer is. Terwijl wij geneigd zijn ons bij de feiten neer te leggen, rust God niet voordat iedereen aan tafel zit, voordat zijn koninkrijk gevestigd is. Terwijl wij ons laten imponeren door de harde werkelijkheid en de sterke machten, ziet God met het hart.

Wie dat leert, zien met het hart, zoals Samuel dat gaandeweg heeft geleerd, zal merken dat het heil in een klein hoekje zit. Dat wie de arme, de minste, de kleinste mens aan tafel nodigt, de messias op bezoek heeft. Dat wie de hongerige voedt, de dakloze onderdak brengt en de naakte kleedt, een koning op de troon heeft geholpen. Wie ziet met het hart, gelooft zijn ogen niet.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren