• Start
  • Preken
  • Magnuskerk - da. H.E. de Boer

lezingen: Johannes 4: 3-15 en Kolossenzen 3: 5-17

 

overweging

In onze veelkleurige samenleving is verdraagzaamheid een zeer actueel onderwerp. Voortdurend horen we de roep om meer verdraagzaamheid, en de voorbeelden van onverdraagzaamheid liggen voor het oprapen.

Denk maar aan de discussie rond Zwarte Piet, die ieder jaar weer losbarst en die steeds heviger vormen aanneemt. Denk aan de weerstand tegen vreemdelingen, de angst dat ze ‘onze‘ cultuur zullen veranderen. Denk aan de commentaren op het internet waarin het er hard aan toe gaat en verschillende partijen elkaar voor rotte vis uitmaken. Of denk aan homo’s die zich op straat bedreigd voelen door moslimjongeren.

In al die voorbeelden staat de verdraagzaamheid onder spanning. Onze samenleving verhardt, groepen mensen zijn tegenover elkaar komen te staan en het lijkt wel alsof het steeds moeilijker wordt om elkaar te vinden. Het samenleven is complexer geworden omdat er meerdere culturen naast en door elkaar bestaan. Tegelijk zijn mensen mondiger geworden, en hebben geleerd om voor hun rechten op te komen (al geldt dat niet voor iedereen).

In Nederland waren we altijd trots op onze tolerantie, op onze verdraagzaamheid ten opzichte van andere religies en culturen. Maar zijn we nog wel zo tolerant, of waren we al nooit zo verdraagzaam als dat we zelf dachten?

Vandaag wil ik met u stilstaan bij de vraag wat verdraagzaamheid eigenlijk is. Wat wordt er van ons gevraagd, als wij in de Bijbel worden opgeroepen om verdraagzaam te zijn en vergevingsgezind? Het is zo gemakkelijk om naar een ander te wijzen en te roepen dat hij of zij toch wat verdraagzamer zou moeten zijn, maar hoe zit dat eigenlijk met onszelf? Kunnen wij onszelf oefenen in een verdraagzame levenshouding?

Twee Bijbelgedeelten hebben we gelezen die ons op weg kunnen helpen bij het denken over verdraagzaamheid. Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en een Samaritaanse, bij de bron. En een gedeelte uit een brief van Paulus, waarin hij de kersverse gemeente in Kolosse aanwijzingen probeert te geven over hoe ze moeten samenleven, en hoe het geloof in Christus hun leven kan vormen en veranderen.

Ik wil beginnen met het verhaal. Want verdraagzaamheid begint waar verschillende mensen elkaar ontmoeten, elkaar tegenkomen, op elkaar botsen misschien. Verdraagzaamheid is geen abstractie die je bedenkt in je studeerkamer, maar het gebeurt waar mensen al doende, in de praktijk van het leven, leren om elkaar de ruimte te geven. Het gebeurt waar mensen met elkaar in gesprek gaan over wat hen scheidt en wat hen verbindt.

Twee dingen vallen mij op in de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse.

Het eerste is dat Jezus de grenzen opzoekt. Hij begeeft zich op vreemde grond. Hij reist van Judea – daar waar Jeruzalem ligt, daar waar de tempel is - naar Galilea -  daar waar Narazeth ligt, de plaats waar hij opgroeide. En op zijn reis komt hij door Samaria. Dat lijkt vanzelfsprekend, omdat het de kortste route is - Samaria ligt ingeklemd tussen Judea en Galilea - maar dat is het niet. Joden reisden het liefst om Samaria heen. Samaria was anders, was vreemd terrein: daar geloofden de mensen anders, daar waren andere gewoontes en gebruiken. En toch kiest Jezus ervoor om niet met een boogje om Samaria heen te lopen, maar er dwars door heen te trekken. Hij provoceert daarmee, hij breekt grenzen open. En niet alleen dat, hij spreekt ook een Samaritaanse vrouw aan, hij zoekt doelbewust het gesprek met haar, ook al druist het tegen de gewoonte in dat mannen en vrouwen nooit zomaar met elkaar spraken.

Het tweede wat mij opvalt is de openheid van de vrouw. Na Jezus’ poging tot toenadering benoemt zij open en eerlijk wat lastig is: ‘Ik ben toch niet van jouw volk?’. Het is een openhartige reactie die kritisch uitdaagt. De vrouw is eerlijk over de scheidslijnen die ze in haar samenleving tegen komt, over mensen die elkaar wegzetten omdat ze tot een andere groep, een andere sociale laag, een andere sekse, een ander geloof behoren. Ze is eerlijk over de angst dat die scheidslijnen harde grenzen zullen worden, een reden om elkaar af te wijzen.

Maar Jezus laat zich door haar openheid niet afschrikken. Hij blijft het gesprek zoeken en spreekt met haar over levend water, over de bron van waaruit hij leeft. Hij spreekt met haar over een God die liefde is, die omziet naar mensen, die mensen met elkaar verbindt. In een intiem gesprek dat zich ontspint tussen Jezus en de vrouw worden scheidslijnen opengebroken. Het doet er niet langer toe van welk volk zij zijn, zij vinden elkaar bij de bron van de liefde, van medemenselijkheid.

Wat leert dit verhaal, deze ontmoeting  ons over verdraagzaamheid?

Dat de verschillen tussen mensen bestaan, dat ze open en eerlijk op tafel gelegd mogen worden.  Het gaat er bij verdraagzaamheid niet om dat alle verschillen tussen mensen weggepoetst worden, maar het gaat er juist om dat je elkaar over de scheidslijnen heen als mensen herkent. Dat je ziet wat de ander beweegt, ook al is hij of zij anders dan jij. Dat je samen op zoek gaat naar de bron, van waaruit je kunt leven.

Verdraagzaamheid betekent ook dat je je eigen grenzen opzoekt, dat je je laat wegroepen uit de kleine kring waarin jouw leven zich afspeelt. Dat je jezelf niet opsluit in je eigen gelijk, maar nieuwsgierig blijft naar de ander. Dat kan spannend zijn en eng, het kan allerlei vragen oproepen. Verdraagzaamheid gaat niet vanzelf, het is niet altijd gemakkelijk. Maar wie de grens durft oversteken, wie zijn eigen beperkte blikveld durft open te breken, komt iets dichter bij wat Jezus ons wil aanreiken: liefde en verbondenheid met mensen die ons nodig hebben.

We gaan van Samaria, naar Klein-Azië, naar de gemeente in Kolosse. Een groep mensen van allerlei pluimage die samenkomt in de naam van Christus. Mensen van verschillende komaf en religieuze achtergrond die elkaar gevonden hebben omdat ze geïnspireerd zijn geraakt door de verhalen rond Jezus. Mensen die het niet vanzelfsprekend met elkaar eens zijn, die zoekende zijn naar wat dat nieuwe geloof nu voor hun leven betekent en daarover soms stevig met elkaar van mening verschillen. In die situatie krijgen ze een brief van Paulus, waarin hij zijn ervaring met hen deelt, over hoe ze met zoveel verschillende achtergronden toch een gemeenschap kunnen vormen. Hij denkt met hem mee over hoe ze – populair gezegd – ‘de boel bij elkaar kunnen houden’ en over wat het betekent om Jezus na te volgen. In het laatste gedeelte van zijn brief geeft Paulus vooral praktische aanwijzingen voor hoe ze moeten leven.

Soms zullen zijn aanwijzingen ons wat ouderwets in de oren klinken, soms zijn ze ook verrassend actueel. In ieder geval ziet Paulus de gemeente als een soort oefenschool, een plek waar mensen elkaar kunnen scherpen in het goede samenleven dat Jezus voorstond. Als Paulus het woord ‘verdraagzaamheid’ in de mond neemt staat het in deze context: van het oefenen van een levenshouding. Je zou kunnen zeggen: het gaat bij hem over de spiritualiteit van de verdraagzaamheid.

Heel vaak, als er in onze samenleving een oproep wordt gedaan tot meer verdraagzaamheid, gaat het erover wat anderen zouden moeten doen, over wat ‘ze’ moeten veranderen. Maar hier, in Paulus oproep tot verdraagzaamheid en vergeving, komt het dichterbij. Hier gaat het er niet om hoe je anderen tot de orde kunt roepen, maar hier gaat het om onszelf, over hoe wij onszelf tot de orde kunnen roepen. Hoe verdraagzaam ben ik nou eigenlijk zelf? En hoe kan ik mezelf erin oefenen om minder onverdraagzaam te zijn, om minder snel met mijn oordeel over een ander klaar te staan? Om mijzelf niet tot maatstaf te maken van alle dingen?

Paulus doet een oproep aan de volgelingen van Jezus om ‘volmaakt’ en ‘heilig’ te worden. Daar schrikken we misschien van omdat het nogal onhaalbaar klinkt, en toch bedoelt hij daarmee niet dat we allemaal perfecte mensen moeten worden die nooit meer fouten maken. Maar hij bedoelt vooral dat we met elkaar op zoek moeten gaan naar een integere levenshouding, dat we met vallen en opstaan moeten proberen om ons leven vorm te geven naar het voorbeeld van Jezus.

Oefenen in verdraagzaamheid. Paulus koppelt dat aan een aantal woorden:

  • medeleven – het je kunnen verplaatsen in het leven van een ander, in zijn of haar zorgen en moeiten
  • goedheid – dat je het beste voor hebt met de ander
  • bescheidenheid – jezelf kunnen relativeren, en bereid zijn je eigen blikveld te verruimen
  • zachtmoedigheid – mild zijn voor een ander, niet met harde oordelen klaarstaan
  • en tenslotte geduld – het uithouden met het anders-zijn van de ander, verdragen dat hij of zij werkelijk anders is dan jij.

Verdraagzaamheid is in Paulus’ ogen  iets wezenlijk anders dan onverschilligheid, het betekent niet ‘leven en laten leven’, het is ook niet hetzelfde als ‘alles maar goed vinden’. Maar het is een poging wagen, om te leren leven vanuit liefde. Door je nek uit te steken en de grenzen op te zoeken, door in gesprek te gaan en soms te botsen, door te vallen en weer op te staan, door verschillen open en eerlijk te benoemen maar geen muren op te trekken.

Het mooist vind ik dat verwoord in een klein gedichtje van Hans Andreus, waarmee ik deze overweging wil besluiten.

Je bent

Zo mooi

anders

dan ik,

Natuurlijk

niet meer

of minder

maar

zo mooi

anders.

Ik zou je

nooit

anders dan

anders willen.

Meer artikelen...

  • 1
  • 2

© 2018 PKN Anloo - Zuidlaren | Alle rechten voorbehouden.