Protestantse Gemeente Anloo - Zuidlaren
111225 Zuidlaren
Jeasja 52: 7-10 Hebr. 1: 1-12 Kerstochtend
Gemeente van de Heer,
In de toneelstukjes van de kindernevendienst zijn de wijzen uit het oosten op zoek naar de koning geweest. En vanmorgen, in het uitgebreide kerstspel, hadden ze succes. Een paar heuse koningen vonden ze! Echte leiders! Mensen met visie en ambitie; precies zoals we dat graag van leiders zien. En mooie woorden laten ze horen; ze spreken van ‘delen,’ van ‘helpen,’ van ‘vrede’! De spindocters van de persvoorlichting hebben hun werk goed gedaan, maar al te snel komt de ware aard boven. Delen werd door deze koningen niet gedaan, maar geëist, helpen deden ze niet zelf maar lieten ze doen, en vrede moest worden bevochten met flink geweld. Echte leiders zijn het, zoals wij we ook wel kennen, zoals de wereld ze voortbrengt. Maar [armen omhoog]: ZO KAN GODS KONING NIET ZIJN!
De wijzen hebben het goed gezien! De macht van de koningen die zij uiteindelijk vonden, is niet de macht van God. Want de macht en het aanzien van deze leiders is gericht op henzelf. Komt voort uit angst. Angst niet genoeg te hebben: deel alles met mij! Angst om er alleen voor te staan: help mij met alles! Angst om afhankelijk te zijn: met wapens zal ik zorgen dat ik niet wordt bedreigd! De macht van God is niet deze macht, want is niet op zichzelf, maar op ons, gericht. Met kerst is God naar ons toegekomen. Niet langer hoeven wij onszelf te verheffen, niet langer moeten wijzelf proberen de hemel te bereiken, want God daalt af. Hij komt naar ons toe, en wordt mens onder de mensen.
Voor de macht van God is de pracht en praal van de grote leiders: klatergoud en dundoek. Niet in pronkgewaad komt God, maar als klein kwetsbaar kind, gewikkeld in doeken, in een armzalige stal. Niet een vorst van deze wereld is het Christuskind, maar een goddelijk kind. Die alle statussymbolen niet nodig heeft.
Want de macht van dit goddelijk kind komt niet voort uit angst, maar komt voort uit liefde. En liefde imponeert niet, maar neemt-in, liefde dwingt niet, maar nodigt uit, liefde eist niet op, maar geeft overvloedig. Dit kind mag de belichaming van liefde zijn. En juist in alle kwetsbaarheid wil het liefde oproepen. Liefde opwekken. En daarmee kan je bestaan worden bevestigd. Want wie liefde geeft en krijgt, durft een werkelijk relatie aan. En daarin heeft je leven betekenis, omdat het iets voor een ander betekent.
De macht van wereldse vorsten is de macht zoals wij mensen daar zo dikwijls tegen aan kijken. Dan gaat om wie wat voor het zeggen heeft. Dat is een macht die bedreigt kan worden, en desnoods gewapenderhand bevochten moeten worden. Het is een macht die winst oplevert, want je kunt afdwingen dat anderen je onderhouden. Het is een macht waarmee je anderen kunt laten doen wat jij wilt. Het zijn de leiders uit het kerstspel die delen, helpen en vrede op zichzelf betrekken. Die macht moet de angst bedwingen dat jouw bestaan eigenlijk niks voorstelt. Met die macht pompen mensen zich op, proberen groter te worden dan ze zijn, proberen een beslissende rol te spelen, belangrijk te zijn, en onvergetelijk. Proberen zo stiekem de onsterfelijkheid te bereiken, de onsterfelijkheid van genoemd te zijn in de annalen, niet vergeten te worden.
Maar God ontheft ons van de noodzaak om zó ons eigen leven te maken. Voor Hem hoeven wij ons niet zo groot te maken; Hij ziet ons toch wel, voor Hem hoeven wij ons niet onvergetelijk te maken, want Hij houdt de namen van de Zijnen in de palmen van Zijn hand gegrift, voor Hem hoeven wij de hemel niet te bereiken, want Hij komt naar ons toe. In het kerstkind mogen wij onze bestemming vinden.
Dat is reden voor feest. De diepte van kerst kan gemakkelijk uit het oog worden verloren. Want het is voor een deel een feest van glitter geworden, van pracht en praal. Van mooi gedekte tafels, lekker, en niet zelden duur, eten, van uitgelezen wijnen. Daar is niks mis mee, maar als de diepte van het feest uit het oog verdwijnt, dan kan het opgeklopte poppenkast worden. En dat kan kerst óók zijn: want in alle feestelijkheden zijn het ook dagen waarin spanningen kunnen komen. We moeten gezellig doen, vaak met familieleden die je niet zelf hebt uitgezocht, en soms niet zelf zou hebben uitgezocht. Spanningen die ook samenhangen met angst: angst dat je niet genoeg wordt gewaardeerd, dat jouw plaats en aandeel in het grotere verband niet wordt gezien en erkend. Blijf met kerst daarom vooral ook de diepte van liefde zien. En kijk daarom niet met argusogen, maar met mildheid om je heen. Kijk voorbij de dreiging en zie de kwetsbaarheid. En maak iets waar van wat het Christuskind op aarde kwam brengen: vrede voor alle mensen.
Amen
Preek van ds. W.H. Slob, op zondag 25dec11.