Protestantse Gemeente Anloo - Zuidlaren

Start Laarkerk Wijkraad Predikanten ► Preek zondag 08jan12
 

120108 Zuidlaren

Jesaja 60: 1-6 Efeziërs 3: 1-12 Epifanie/HA

mmv cantorij

De heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.

 

Gemeente van de Heer,

Met wierook en goud zouden ze komen, de kamelen van de vreemde volken, hun koningen zouden worden geleid door de glans van het schijnsel van het Nieuw Jeruzalem. Eeuwen tevoren had Jesaja ervan geprofeteerd en zijn gedicht krijgt een rol te spelen in het geboorteverhaal van Jezus. Want niemand zal het ontgaan dat de drie koningen uit het oosten naadloos passen op deze profetie. Niet voor niets, de schrijvers van de kerstverhalen beschrijven Jezus als de vervulling van profetieën uit het Oude Testament. Als altijd in de Bijbel gaat het nooit om incidentele gebeurtenissen, steeds is de theologische boodschap groter dan dat. Ook nu weer, in de profetie van Jesaja gaat het niet om een eenmalige gebeurtenis, maar gaat het om het vergaderen van de volken. Gods heil is niet beperkt tot een kleine groep uitverkorenen, maar mag groter zijn dan dat. De vrede van God mag universeel worden, en is ook voor de volken bereikbaar. De drie koningen representeren die volken, die van heinde en verre aan komen stromen om het kind te aanbidden. Ook de volken, de heidenen, mogen erbij horen.

Hoewel Jesaja daarvan profeteerde, was nog niet meteen duidelijk, hoe of de volken er dan bij mochten horen. Moesten ze zich onderwerpen aan de Joodse gebruiken, of mochten ze zichzelf blijven? Die discussie woedde in de vroegste kerk en spitste zich toe op de vraag naar de besnijdenis, die al of niet ook voor de volgelingen van Jezus verplicht moest zijn, en op de tafelgebruiken: mochten de niet-Joodse volgelingen van Jezus hun eigen voedsel blijven eten? Evt. samen met Joden? De vraag was klemmend, niet alleen omdat de Joden kosjer aten, maar vooral ook omdat heidens vlees in de regel offervlees was, en dus besmet met afgodendienst. ‘Als dat valse goden waren, dan was er toch weinig aan de hand,’ meenden sommigen. Maar anderen namen striktere regels in acht, en wilden niets met zulk soort vlees te maken hebben.

Zo werd de tafelgemeenschap niet zelden inzet van conflicten. Paulus schrijft er geregeld over in zijn brieven, en bepleit dan steeds de rechten van de heidense volgelingen van Jezus. Niet, voor alle duidelijkheid dat hij de Joodse gebruiken zou willen afschaffen, maar hij wil ze niet opleggen aan anderen. Christus immers maakt vrij en dat verdraagt zich niet goed met het opleggen van allerlei eisen. De genade in Christus is een geschonken genade, en hoeft niet te worden verdiend. Het is geen beloning van het trouw navolgen van de wet, hoezeer dat op zichzelf ook deugdzaam mag zijn.

Dat de discussie zich toe kon spitsen op het tafelgebeuren is niet zo vreemd. Reeds héél vroeg in het Christendom werd het avondmaal gevierd en daar kwamen de volgelingen van Jezus rond samen. Het gezamenlijk gebruiken van de maaltijd is veel meer dan alleen maar samen eten. Het betekent ook dat je elkaar aanvaardt en je in elkaars gezelschap verheugt. Nog altijd is bij elkaar gaan eten betekenisvol. Rond de tafel van de Heer was het dan ook dat de volgelingen van Jezus het ‘lichaam van Christus’ vormden. Volgens Paulus konden ook heidenen daarvan deel uitmaken.

Vandaag zullen wij het avondmaal vieren en scharen wij ons dus ook in deze eeuwen- en eeuwenoude traditie. Ook wij, natuurlijk, zijn heidenen in de zin dat we geen Joden zijn, en wij krijgen zo eveneens deel aan het lichaam van Christus. Maar wat betekent dat dan? Deel krijgen aan het lichaam van Christus? Al snel zouden we kunnen denken dat het in dat stukje brood zit, dat we tot ons nemen, en in het slokje wijn. Heel letterlijk werd en wordt er zo in de Rooms-katholieke kerk over gedacht. De priester spreekt de instellingswoorden uit en consecreert daarmee het brood en de wijn. Daarmee veranderen het brood en de wijn, transsubstantiatie wordt het genoemd, en wordt het brood het lichaam van Christus en de wijn het bloed van Jezus. In de rooms-katholieke eucharistie is Christus daarom werkelijk aanwezig; de leer die presentia realis wordt genoemd.

Het is eigenlijk een mooie gedachte; zo kom je werkelijk bij Christus aan tafel en krijg je deel aan het mystieke lichaam. Maar voor de reformatoren zat er wel een belangrijk bezwaar aan: het vereiste een bijzondere kracht: de kracht van de priesterlijke wijding. Want alleen een gewijd priester kon deze transsubstantiatie bewerken. En voor de wijding van priesters was een bisschop nodig en daarmee een kerkelijke hiërarchie, waarbij de ene gelovige duidelijk boven de andere stond. Dat wilden de reformatoren niet meer begrijpen, want niet de hiërarchie van de kerk zou het sacrament betekenis kunnen geven; het was toch God zelf die ons Zijn gaven schenkt? Door het zo nadrukkelijk aan de macht van de kerk te koppelen, leek het op een goocheltruukje, dat niet het heil, maar de macht van de kerk moest dienen. Spottend murmelden ze de priesters na: hocus pocus Pilatus pas! Zo verstonden de ongeletterden immers de instellingswoorden die de priesters in geheimzinnig Latijn wisten te mompelen: hoc est corpus Christi, sub Pontius Pilatus passus: dit is het lichaam van Christus, dat onder Pontius Pilatus geleden heeft.

Ook in de reformatie speelde het avondmaal een belangrijke rol. Met het verwerpen van de macht van de kerkelijke hiërarchie kreeg ook het avondmaal een andere inhoud. Het werd een gedachtenismaal, waarbij terug werd gedacht aan die ene laatste maaltijd. Bij de viering, blijft het brood, brood en de wijn blijft wijn, de betekenis zit als het ware in ons hoofd. En die betekenis van het avondmaal is symbolisch geworden. Zo wordt in protestantse kring het avondmaal meestal uitgelegd, maar het is wel een minimale opvatting van het avondmaal. Want gaat het dan alleen maar om die ene gebeurtenis, ooit lang geleden? Wat gebeurt er dan precies bij ons, vandaag de dag? Altijd toch heeft de boodschap van God een betekenis door de tijd heen. Het avondmaal is niet alleen maar een toneelstukje dat we samen opvoeren, om aan ‘toen’ te denken. Het is een sacrament, waarbij het goddelijke aan het menselijke raakt. En dus ook andersom: waarin het menselijke aan het goddelijke raakt.

Bij het avondmaal zijn wij bijeen op uitnodiging van Christus. De kerk mag het avondmaal bedienen, maar God is de gastheer. We komen bij Hem aan tafel! En net als bij iedere tafelgemeenschap mogen wij ons daarin verheugen. Maar mogen we er óók van overtuigd zijn dat onze aanwezigheid verheugend is. Stel je dat eens voor: God is blij dat je bij Hem aan tafel komt! Je mag de eregast zijn. Wat een toneelstukje zou kunnen zijn, mag de tastbare realiteit worden wanneer jijzelf durft te geloven dat God prijs stelt op je aanwezigheid! Want in liefde jou aanvaart en bemint!

Dan, aan de tafel van de Heer, mag ons bestaan bevestigt worden. Want als Hij blij met ons is, zouden we dat dan niet zelf ook moeten zijn? Da kunnen we gaan leven van de liefde van God. Maar als we leven van de liefde van God, dan vormen wij het lichaam van Christus. Zo heeft de protestantse kerk dat woord altijd verstaan. Het lichaam van Christus is de kerk die gevormd wordt door de gelovigen. Daaraan krijgen we niet deel door dat stukje brood, maar daarvan worden wij deel door in te gaan op de uitnodiging van de Heer.

Ook in de protestantse eredienst kan Christus werkelijk aanwezig zijn, wanneer wij de liefde van Christus inhoud geven en zo door de Geest geleid Zijn bedoelingen met elkaar waarmaken. Dáár is niks symbolisch aan, alsof je de betekenis erbij zou moeten denken. Dat mag heel concreet gestalte krijgen. Als lichaam van Christus zijn wij immers ook geroepen om Zijn werk voort te zetten. Handen en voeten van het evangelie te zijn, maar ook: hoofd, mond, oren, noem maar op. Als wij de betekenis van het avondmaal tot ons door kunnen laten dringen, kan de liefde van God in ons opgloeien. En uitstralen mag dat, op alle mogelijke manieren. Op alle mogelijke manieren, maar altijd vanuit de geest van God: de Geest van liefde.

Amen

 

 

Terug

Preek van ds. W.H. Slob, op zondag 08jan12.