Protestantse Gemeente Anloo - Zuidlaren
120101 Zuidlaren
Numeri 6: 22-27 Handelingen 4: 8-12 De geesten onderscheiden
Gemeente van de Heer,
Petrus is de schaamte voorbij. Vervuld van de Heilige Geest trekt hij de straten van Jeruzalem door, verkondigt onbekommerd dood en opstanding van Christus en verricht zelfs wonderen. Niet zonder risico, want de machthebbers die het op Jezus hadden gemunt zijn vanzelfsprekend niet erg happy dat de man die zij hadden doen kruisigen nu de hemel in wordt geprezen. En zo wordt Petrus dan ook spoedig opgepakt en ondervraagd door o.a. dezelfde Annas en Kajafas die we uit het verhaal van Jezus kennen. ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?,’ vragen ze Petrus in de voorgaande verzen.
En dan komt Petrus met het antwoord dat het in de naam is van Jezus Christus uit Nazaret, die door hen gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt. Onbevreesd staat Petrus voor zijn tegenstanders. Heel anders dan enkele weken eerder toen hij bij een vuurtje tot driemaal toe loochende bij Jezus betrokken te zijn. Nu getuigt hij volop van Christus en weerstaat de dreiging van de gezagsdragers vóór hem. Maar zou ons dat moeten verbazen? Hij sprak immers, vervuld van de Heilige Geest! Met die steun in de rug, dan zouden wij ook wel wat durven!
Het was natuurlijk vlak na Pinksteren; nog maar net was de Heilige Geest uitgestort en waren de apostelen weer te voorschijn gekomen. Na de dramatische gebeurtenissen met Jezus waren ze in feite ondergedoken, en hun angst zou niet geheel te onrechte blijken. Maar met Pinksteren krijgen ze nieuwe moed; God zelf leek met hen te zijn. Vervuld van de Heilige Geest gaan ze de straat op, en verkondigen de dood en de opstanding van Christus onbekommerd.
De Heilige Geest is van de drie personen van de drie-eenheid wel de minst grijpbare. God de Vader begrijpen we dikwijls als de God van het Oude Testament, de schepper van hemel en aarde. God de Zoon, is de vleesgeworden Christus die met kerst op aarde is gekomen en die mens onder de mensen is geweest. En God de Heilige Geest wordt vaak begrepen als de aanwezigheid van God daarna. Als de kracht van God die in de wereld is, en blijft. Die met ons meegaat in de geschiedenis, die troost, bemoedigt, hoop en kracht geeft. Die maakt dat mensen boven zichzelf uit kunnen stijgen.
Maar die misschien ook maakt dat mensen gaan zweven… Want een beroep op de Heilige Geest is lastig te controleren. Het Oude en Nieuwe Testament zijn op Schrift gekomen, en lezend en studerend kunnen we het Woord van God op het spoor proberen te komen. Lastig genoeg in de praktijk, want er blijkt een veelheid aan interpretaties mogelijk te zijn. Maar in ieder geval is er een ijkpunt: de tekst van de Bijbel. Maar met de Geest is dat anders. Want met een beroep op de Geest kun je buiten de Schrift om Gods macht claimen. En hoe zou je die tegen kunnen spreken? Ongetwijfeld vervult dat de leiders van het Joodse volk ook met zorg als ze mensen als Petrus horen spreken. Nog afgezien van persoonlijke rancune, of vrees voor hun posities, zouden mensen van Annas en Kajafas hier een gevaar kunnen zien: met een beroep op de Heilige Geest krijgen mensen een onaantastbare positie. En zouden dan zelf voor God kunnen gaan spelen.
Dat de kracht van God op deze manier misbruikt kan worden is bepaald niet denkbeeldig en wordt in de Bijbel ook op verschillende plaatsen besproken. Ene Simon de Magiër probeerde met geld beschikking te krijgen over de Geest. Met wonderkunsten deed hij het volk versteld staan, en hij beweerde als gedoopte volgeling van Filippus de kracht van God zo te tonen. Maar als hij Petrus geld biedt om de Heilige Geest te krijgen, weigert deze. In een apocrief Bijbelboek wordt verteld hoe Simon boven het Colosseum rondvliegt om zijn kunsten te vertonen, maar op gebed van Petrus zou hij letterlijk ten val zijn gekomen en ontmaskerd worden als bedrieger.
Het verhaal van Simon de Magier mag aangeven dat de Heilige Geest geen koopwaar is, maar mag ook aangeven dat zelfs het doen van wondertekenen op zichzelf nog niet voldoende is om van Gods Geest te kunnen spreken. Maar hoe moeten we de geesten onderscheiden?
Ook Paulus, in zijn brief aan de Korinthiërs, toont zich voorzichtig met een beroep op de Geest. Want daarmee kun je tegenstanders al te gemakkelijk de mond snoeren. Wie immers kan iemand tegen spreken die met het gezag van God zelf spreekt? Altijd zal hier een spanning liggen. De Geest van God kan kracht en moed geven, maar is iedereen die beweert vanuit de Geest van God te spreken ook te vertrouwen? Hoe zullen wij de geesten onderscheiden? Als we dat niet zouden kunnen, dan wordt de macht van God een claim die niet te controleren valt. En waar dus ook ernstig misbruik van kan worden gemaakt.
Daarvan kent de kerkgeschiedenis helaas vele voorbeelden. Mannen Gods, meestal mannen…, die hun positie misbruiken en het vertrouwen in hun vroomheid schenden ten koste van de goed-gelovigen. In onze eigen tijd worden we geconfronteerd met zeer ernstige uitwassen op dit gebied. Rooms-katholieke priesters die zich op uitzonderlijk ernstige wijze vergrepen aan kinderen die aan hun zorg waren toevertrouwd. De resultaten van het onderzoek dat enkele weken geleden zijn gepresenteerd zijn schokkend. Veel groter en nog veel ernstiger dan we al dachten blijkt het misbruik te zijn geweest. Hoe kon dat zo gebeuren? Vele verklaringen zijn te verzinnen, en al snel denken we dat het wel met het celibaat te maken zal hebben. Maar deze verklaring is te comfortabel, want daarmee zou het lijken alsof het een intern Rooms-Katholiek probleem is. Te vrezen valt dat het met de tijdgeest te maken heeft, en dat ook in andere groeperingen deze uitwassen zich voor hebben gedaan. En daarmee óók in andere kerken. Want het heeft zeker ook te maken met het geestelijk gezag van de daders. Juist de machtsongelijkheid tussen daders en slachtoffers heeft gemaakt dat er decennia-lang gezwegen is. En die geestelijke macht kom je niet alleen in de Rooms-Katholieke kerk tegen, maar in alle kerken. En daar speelt in mee dat de geestelijke leiding namens God spreekt.
Bij het onderscheiden van de geesten heeft een religie typisch de neiging om zich te institutionaliseren. Juist de ongrijpbaarheid van de Geest, maakt een valse claim mogelijk. Om zulk misbruik in te dammen ontstaat een organisatie die aan kan geven wat wel en wat niet van God komt. En bij zo’n organisatie horen ook leiders, aan wie het geestelijk gezag is toevertrouwd. In het Oude Testament zien we dat al duidelijk gebeuren. Aaron en zijn zonen krijgen de macht het volk te zegenen en zijn daarmee een tussenschakel tussen God en mensen. De stam der Levieten zal deze taak op zich krijgen en de geestelijke leiding is daarmee een erfelijke taak. Maar ook een erfelijk recht, met alle machtsaanspraken die daarbij horen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat je met hen in conflict zult komen als je hen onder kritiek stelt.
In de christelijke traditie is de organisatie niet gebonden aan een bepaalde afstamming. Het celibaat waar we het net al even over hadden, heeft niet alleen met het afzien van sex te maken, maar vooral ook met het tegengaan van dynastievorming. Zonder legitieme nakomelingen kan het geestelijk gezag niet erfelijk zijn, en daarmee beter controleerbaar. Maar steeds zullen we zien dat macht corrumpeert. Hoe groter een organisatie, en hoe meer zeggenschap en macht zij heeft, hoe aantrekkelijker het kan worden om die macht te misbruiken. Macht trekt de verkeerde mensen aan. En als het belang van de organisatie dan gaat samenvallen met het belang van haar gezagsdragers, dan kunnen misstappen gemakkelijk in de doofpot worden gestopt.
De protestantse traditie heeft altijd gewaakt voor machtsconcentratie en heeft met name weten te voorkomen dat de professionals de macht konden grijpen. Natuurlijk hebben theologen als dominees heel wat vertellen, zelfs letterlijk iedere zondag op de kansel. Maar deze deskundigen weten zich altijd omringt door een grote groep plaatselijke leken (dwz niet-vakbroeders), die flink op de rem zullen trappen als de geestelijke de macht wil grijpen. Met deze organisatievorm is in ieder geval voorkomen dat de theologen de macht naar zich toe konden trekken. Hulde aan de kerkenraad, zou ik zeggen!
Zo probeert een kerkelijke organisatie het misbruik van de macht te beteugelen. Steeds weer is dat nodig gebleken, maar steeds weer is ook gebleken dat het beteugelen van misbruik nooit afdoende zal zijn. Ook in protestantse kring is machtsmisbruik geen onbekend verschijnsel. Zeker zal de organisatie maatregelen moeten nemen om zichzelf zo zuiver mogelijk te houden, maar uiteindelijk is het onderscheiden van de geesten geen zaak van regels en procedures. Altijd zal een kerk daarom de kern van de zaak in het oog moeten houden. En dat is niet haar eigen voortbestaan te garanderen, maar is het verkondigen en verspreiden van de boodschap van God. Juist de Heilige Geest is daarbij onmisbaar. Bij het bevestigen van ambtdragers wordt daar ook speciaal aandacht aan besteed. Waar het fout gaat is als de kracht van God een argument voor de macht van de ambtsdrager wordt. Want de Geest van God is niet iets dat je op kunt eisen, maar is iets dat je toevalt. Altijd zal voor ogen moeten worden gehouden dat de Geest niet komt heersen, maar komt dienen. En liefde is daarbij een kernwoord. Als we dat voor ogen kunnen houden, dan komen we voorbij de al te wereldse belangen van een kerkelijke organisatie en kunnen we werkelijk iets waarmaken van God in onze wereld.
Dat is onze opdracht, en daar kunnen we wel degelijk werk van maken. De kerkelijke organisaties hebben er in eeuwen niet zo slecht voorgestaan als nu. Ontkerkelijking heeft ons naar de marge van de samenleving gedrongen en de misbruikschandalen hebben het vertrouwen in de instituten, niet verwonderlijk, diep weg doen zinken. Dat heeft allemaal zorgelijke consequenties. Maar het is ook zuiverend! Als we onze positie niet meer kunnen verliezen, hoeven we er ons ook niet meer al te druk om te maken en kunnen we onbekommerd van dood en opstanding van Christus getuigen.
En dan vinden wij ons terug in dezelfde positie als Petrus! Want de Heilige Geest is niet opgehouden destijds in Jeruzalem. De Geest van God is met ons mee blijven gaan door de geschiedenis en is ook in onze eigen tijd volop aan het werk. En wij allemaal mogen daaraan meewerken. Door de liefde van God gestalte te geven. Daarmee mogen wij het nieuwe jaar ingaan. Wie weet welke wonderen door onze handen nog geschieden mogen!?
Amen
Preek van ds. W.H. Slob, op zondag 01jan12.