Protestantse Gemeente Anloo - Zuidlaren
Oecumenische dienst in het kader van de week van gebed voor de eenheid
‘Winnen met gevouwen handen’
Laarkerk, 15 januari 2012
eerste lezing: Habakuk 3: 17-19
Tweede lezing: 1 Kor. 15: 51-58
Preek
Een krantenbericht van 28 december jongstleden:
In Bethlehem is een ruzie tussen zo'n honderd geestelijken in de Geboortekerk uit de hand gelopen. Zo'n honderd Armeense en Grieks-orthodoxe priesters raakten slaags bij de schoonmaak van de kerk voor het orthodoxe Kerstfeest.
De ruzie ontstond toen de orthodoxen in het Armeense deel van de kerk begonnen te vegen. De geestelijken gingen op de vuist en er werd met bezems geslagen.
De Palestijnse politie werd te hulp geroepen om de vechtende partijen te scheiden. Daarbij werd de wapenstok gebruikt en is met rubberkogels geschoten. In de kerk zijn vier mensen gewond geraakt.
De Palestijnse politie deed de vechtpartijen laconiek af. "Het is een triviaal probleem dat elk jaar gebeurt", zei een woordvoerder. "Er is niemand gearresteerd omdat het allemaal mensen van God waren."
De Geboortekerk in Bethlehem stamt uit de 6de eeuw en is de oudste kerk in het Heilige Land. De kerk wordt gedeeld door rooms-katholieken, Grieks-orthodoxen en Armeens-orthodoxen. Elk geloof heeft een eigen vleugel van de kerk in beheer. Zodra een van de andere religies over de juridische grenzen komt, leidt dat vrijwel altijd direct tot geruzie, vooral in de kersttijd.
Tot zover het krantenbericht. Het is grappig en droevig tegelijk, zo’n bericht. Dat beeld van eerwaarde mannen die elkaar met bezemstelen te lijf gaan – ik kan er wel om lachen. Eerlijk gezegd zou ik het niet zo erg vinden als iemand mijn stukje vloer kwam poetsen, van welk geloof hij of zij ook is.
En tegelijk bekruipt je dat treurige gevoel van ‘ze leren het ook nooit’. Of eigenlijk moeten we zeggen: ‘we leren het ook nooit’. Religie lijkt mensen eerder te scheiden dan te binden. En als mensen binnen een religie elkaar al de ruimte betwisten, hoe moeilijk is het dan wel niet om de vrede te bewaren waar mensen van verschillende religies samenwonen? Ook in onze samenleving wordt pijnlijk zichtbaar hoe mensen elkaar de ruimte om op hun eigen manier te leven en te geloven betwisten. Daarvoor hoef je elkaar niet met bezemstelen om de oren te slaan. Ook woorden kunnen pijn doen en kwetsen.
Vandaag bidden wij om eenheid. We oefenen onszelf in eenheid, door uit onze verschillende kerken te komen, en hier bij elkaar te zijn. Ook al voelen we ons hier misschien niet helemaal op ons gemak, is deze kerk geen thuis voor ons zoals onze eigen kerk thuis is, zingen we hier en daar een lied dat we nog niet kenden, en worden er dingen gedaan die we niet gewend zijn, toch zoeken we elkaar hier op. Omdat we onszelf in elkaar herkennen, omdat we ons allemaal door Christus willen laten aanspreken: ieder op zijn of haar eigen manier, maar ook samen.
Wij bidden om eenheid. Maar wat is eenheid eigenlijk? Naar wat voor eenheid zijn wij op zoek? Is dat een eenheid waarbij grenzen vervagen en we allemaal steeds meer op elkaar gaan lijken? Gaat het erom dat alle neuzen uiteindelijk dezelfde kant opstaan? Eerlijk gezegd moet ik daar niet aan denken. De kerk en de wereld zouden er een stuk armer op worden als iedereen hetzelfde dacht en hetzelfde geloofde. Dan zouden we elkaar misschien wel niets meer te zeggen hebben. Het is ook mooi dat er verschillen zijn. Grenzen zijn niet alleen maar negatief. We hoeven niet alles tussen mensen grenzeloos te maken, er mogen best groepen zijn. Vroeger, een paar decennia geleden, toen de verzuiling nog overeind stond en mensen de grenzen van hun geloof strikt hanteerden, was het hard nodig om die grenzen open te breken en elkaar op te zoeken. Tegenwoordig moeten we misschien weer leren onze identiteit, onze eigenheid onder woorden te brengen en daarover met elkaar in gesprek te gaan.
Eenheid is geen eenheidsworst. Het vraagt van ons niet dat we onze eigenheid opgeven en allemaal op elkaar gaan lijken. Maar het vraagt wel om nieuwsgierigheid. Om de bereidheid om over de eigen grenzen heen te kijken en je door een ander iets te laten zeggen. Het gaat er niet om alle verschillen weg te poetsen, maar het gaat erom ze te verhelderen, en daarin van elkaar te leren. Elkaar te verrijken. Eenheid is zoeken naar wat ons met elkaar verbindt.
Om nog even terug te keren naar de geboortekerk in Betlehem: niet het feit dat verschillende kerken gebruik maken van één gebouw is het probleem. Juist dat zou je kunnen zien als een prachtig beeld van eenheid, in alle verscheidenheid. Maar het gegeven dat er niet de bereidheid is om elkaars vloer te vegen, om elkaar te dienen, elkaar op te zoeken over de grenzen heen, dat zorgt voor conflicten die heilloos zijn en die steeds maar weer terugkeren. Of zoals professor Mechteld Jansen het in haar oecumenelezing van afgelopen donderdag zei: tegenover de eenheid staat niet de veelheid, maar de verdeeldheid.
Wij bidden om
eenheid. Wij zijn hier bij elkaar gekomen om eenheid te vieren. Maar is het
geen druppel op de gloeiende plaat? Stelt het wel iets voor dat wij hier als
betrekkelijk kleine geloofsgemeenschappen van Zuidlaren en Anloo en nog een
paar dorpen daaromheen bij elkaar kruipen en samen een dienst vieren? Want
kijken we naar de wereld om ons heen, dan liggen de conflicten voor het
oprapen. Wij mogen elkaar hier dan misschien kunnen vinden, maar wereldwijd,
en trouwens ook in onze eigen samenleving, verdeelt religie mensen eerder,
dan dat het ze verbindt. Of is dat ook maar een halve waarheid, en zijn er
veel meer verbindingen tussen mensen dan de journaalbeelden ons
voorspiegelen?
Winnen met gevouwen handen, is het thema van de week van gebed voor de eenheid. Maar valt er wel iets te winnen, en komen we met bidden om eenheid wel een stap verder? Op dat punt hebben de lezingen van vandaag ons iets te vertellen. Zowel Habakuk als Paulus verzetten zich uit alle macht tegen de gedachte dat alles tevergeefs zou zijn.
Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen
en de oogst van de olijfboom tegenvallen,
toch zal ik juichen voor de Heer,
jubelen voor de God die mij redt.
Zijn perspectief is niet dat van winst op korte termijn, van direct zichtbare resultaten, zijn perspectief is dat van Gods koninkrijk. Hij blijft zich oriënteren op Gods woord, ook al lijkt het soms alsof dat op een dorre aarde valt, en veel te weinig vrucht draagt. Voor hem blijft het de moeite waard, om zich in te zetten voor een wereld zoals God die bedoeld heeft en hij weigert bij de pakken neer te gaan zitten.
En Paulus? Paulus maant ons aan om standvastig en onwankelbaar te zijn. Hij verwijst ons naar de opstanding van Christus. Want juist in de opstanding maakt God ons duidelijk dat het leven in zijn spoor nooit tevergeefs is. Het leven zoals Christus ons dat heeft voorgeleefd, loopt niet dood, maar het leidt toe naar Gods koninkrijk. Het geloof in de opstanding, laat Paulus ons zien, stimuleert ons tot verzet tegen de machten van de dood, die de wereld zo vaak in hun greep lijken te houden.
Dat zijn grote woorden misschien, maar het betekent ook dat elke kleine daad van verzet tegen het kleineren van mensen, elke poging om de eenheid te zoeken temidden van verdeeldheid – hoe onbeduidend ook - , elk mens die een oprechte poging doet een ander te verstaan een teken is van Gods koninkrijk. Hier begint het, in het klein, waar mensen elkaar opzoeken om samen te zingen en te bidden, te luisteren en te delen.
Ik wil besluiten met de woorden van gezang 210, een lied van de opstanding.
Al wat ten dode was gedoemd
mag nu de hoop herwinnen;
bloemen en vogels, alles roemt
Hem als in den beginne.
Keerde de Heer der schepping weer,
dan is het tevergeefs niet meer
te bloeien en te minnen.
Preek van ds. H.E. de Boer op zondag 15jan12.